Intifada bedreigt hightech sector Israel · 1 december 2000

Israelische zakenlieden noemen de Al-Aksa intifada cynisch een voortzetting van het overleg met argumenten die je aan de onderhandelingstafel niet tot je beschikking hebt. De kwetsbare Palestijnse economie kraakt onder het conflict. De Israelische export daarentegen wordt vooralsnog nauwelijks beïnvloed omdat die leunt op hightech. Bestuurders in Jeruzalem en Tel Aviv zeggen niet bevreesd te zijn dat de buitenlandse investeerders het land ontvluchten. Onze technologie is uniek. Een Nederlandse kapitaalverstrekker is daar niet zo zeker van. Niets is uniek, er is altijd iemand met hetzelfde bezig.

Gepubliceerd in Automatisering Gids van 1 december , 2000.

De nauwe, donkere stegen en zonovergoten pleintjes van de Oude Stad zijn nagenoeg verlaten. Jeruzalem, misschien wel de meest toeristische stad in de hele wereld, wordt gemeden door buitenlandse bezoekers vanwege de gevechten tussen Israeli en Palestijnen die al honderden, meest Palestijnse slachtoffers hebben geëist. Ook de inwoners blijven zo veel mogelijk binnenshuis, bang voor nieuwe bomaanslagen. In de doolhof van het Christelijk Kwartier, dat zich uitstrekt van de Damascuspoort tot het paleis van koning David, zijn de meeste eethuisjes en souvenirwinkeltjes gesloten.

Mohammed Salhab, een christelijke Palestijn van een jaar of 45, heeft zijn deuren opengelaten, hoewel er geen kopers zijn. Hij schenkt muntthee achter in de lage ruimte waarin langs alle wanden vitrines staan met sieraden en nagemaakte iconen. Salhab heeft al enkele weken geen omzet meer gedraaid. Die enkele groepen toeristen die Jeruzalem nog bezoeken, hebben allemaal Joodse gidsen die de mensen naar de winkels in het Joodse kwartier brengen. Ze vertellen dat het niet veilig zou zijn in rest van de Oude Stad. Alsof ik stenen zou gooien naar mijn klanten.
Salhab denkt dat hij zijn winkel nog hooguit drie weken open kan houden. Dit pandje huur ik. De inventaris is gefinancierd door de bank met mijn flat als onderpand. Als er geen wonder gebeurt, ben ik volgende maand de winkel en mijn flat kwijt.

Staat de Palestijnen in de Oude Stad het water aan de lippen, in de Palestijnse gebieden is de situatie nog nijpender. De 120.000 arbeiders die normaal voor Israelische bedrijven werken, zitten noodgedwongen thuis. De schade aan huizen, openbare gebouwen en infrastructuur loopt in de vele miljoenen. Al met al heeft de intifada de Palestijnen al meer gekost dan Yasser Arafat de afgelopen jaren aan internationale economische steun bijeen heeft weten te sprokkelen.

De weinige burgers die zich in West-Jeruzalem op straat begeven, dragen veelal een pistool in de broekband of een automatisch geweer over de schouder: reservisten, die elk moment kunnen worden gemobiliseerd. Met veel lawaai scheren drie gevechtshelicopters over de stad, op weg naar Gaza weet de taxichauffeur. De Palestijnen hebben vanmorgen een soldate doodgeschoten. Het leger dat zo nadrukkelijk aanwezig is, speelt cynisch genoeg een grote rol in het ICT-succes.

Het departement voor Buitenlandse Handel van het ministerie voor Industrie en Handel huist in een voormalig hotel met bescheiden Jugendstil trekjes uit de twintiger jaren in Agron Street. Directeur van het departement, Zohar Peri, vertelt het succesverhaal van de Israelische hightech industrie. De export van ICT-producten is goed voor bijna de helft van de totale uitvoer van dertig miljard dollar. Vooral de telecom- en Internet-bedrijven floreren. Hun aandeel in de export bedroeg over de eerste negen maanden van dit jaar een kleine zes miljard dollar, een stijging van zestig procent. In totaal zijn er ruim 3000 ICT-bedrijven in het land. Het aantal start-ups van gemiddeld drie per dag wordt alleen overtroffen door het veel grotere Amerika.

Gevraagd naar de motor achter deze ICT-explosie wijst Peri allereerst op het leger. Het grootste deel van de mensen achter die start-ups heeft bij de onderzoek- en ontwikkelafdeling van het leger de dienstplicht vervuld. Het Isralische leger is de meest technologisch geavanceerde krijgsmacht in de wereld en ontwikkelt de meeste technologie zelf. Dat levert veel nieuwe bedrijven op.

Een andere belangrijke succesfactor was de komst van 1 miljoen Russische Joden vanaf 1989, volgens Peri. De meeste van hen waren hoog opgeleid. Om hen een kans te geven kwam de overheid met een programma waarbij startende bedrijven twee jaar lang 250.000 dollar kregen en aan een onderkomen werden geholpen. Dat programma werd al snel toegankelijk voor de overige starters. Inmiddels kunnen beginnende bedrijven tijdens de research-fase ook een beroep doen op de overheid voor risico-kapitaal. Slechts n op de tien start-ups overleeft het eerste jaar.

Beginnende ondernemers zijn echter niet meer zo happig op de overheidssupport nu er tientallen, meest buitenlandse venture capitalists om hun gunsten dingen. Bovendien betekent een deelneming van de overheid dat de ontwikkelde technologie niet in buitenlandse handen mag overgaan. En dat is nu juist wel de bedoeling van veel startende ondernemers. De overheid worstelt met deze uitverkoop, volgens Peri. Wij willen graag de technologie in eigen land houden, een industrie ontwikkelen van marktleiders, zoals Checkpoint. Maar we moeten realistisch zijn. Een klein bedrijf met nieuwe technologie heeft meestal een grote partij nodig om die toe te passen of op de markt te brengen.

Enkele tientallen start-ups presenteren zich in een apart paviljoen op de Telecom Isral 2000 beurs in Tel Aviv in de hoop buitenlandse klanten of investeerders aan de haak te slaan. Helaas is het aantal buitenlandse bezoekers op enkele handen te tellen. Veel delegaties, waaronder die van de Verenigde Staten en Japan, laten verstek gaan. Israel is voorlopig voor hen een no-go area.
Avi Carmon, een dertiger, is een van de oudste ondernemers in paviljoen 26. Hij is oprichter en CEO van Cellactive.com dat het Mobile IP Management Platform voor mobiele datacommunicatie en e-commerce heeft ontwikkeld. Deze toepassing maakt het mogelijk informatie uit diverse databases te filteren en via verschillende telecomaanbieders naar een geselecteerde groep gebruikers te versturen via Wap of SMS. Zo kan bijvoorbeeld een theaterbureau via de mobiele telefoon last-minute theateraanbiedingen bezorgen bij die mensen die in die voorstelling genteresseerd zouden kunnen zijn.

Carmon is in januari begonnen met zijn bedrijf. Inmiddels experimenteren mobiele aanbieders in Cyprus, Oostenrijk en Griekenland met zijn product. Die middag is ook een vertegenwoordiger van KPN Mobile langs geweest. Carmon gelooft in het Mobile IP Management Platform omdat de operator er diensten mee kan leveren aan de zakelijke aanbieders. De enorme bedragen die de telecombedrijven hebben uitgegeven aan de UMTS-licenties kunnen ze nooit terugverdienen aan de consumenten. Ze moeten zich dus met hun diensten op de zakelijke markt richten.
Voor hij Cellactive.com begon was hij betrokken bij enkele andere start-ups. Carmon weet wat hij wil: succes. Ik ga ervan uit dat Cellactive wordt overgenomen. Als dat 100 miljoen dollar oplevert, dan ben ik geslaagd.

Gideon Rogovsky, de kersverse marketingmanager van Lambda Crossing, denkt dat het nog zeker anderhalf jaar duurt voordat de LambdaFlow, een optical add/drop multiplexer (OADM), productiegereed is. Toch heeft bijvoorbeeld Lucent genoeg vertrouwen in het bedrijf en de technologie om vele miljoenen in Lambda Crossing te investeren. De optische chiptechnologie in LambdaFlow maakt intelligent beheer van bandbreedte in een glasvezelnetwerk mogelijk. Door efficiënte bundeling van het licht in de glasvezel vermenigvuldigt de capaciteit van het netwerk. Bovendien kunnen dynamisch op afstand aanpassingen worden doorgevoerd. Rogovsky schat dat de beheerkosten voor de netwerkeigenaar hierdoor met tachtig procent dalen. LambdaFlow is bedoeld voor de backbone van zeer grote netwerken. Er zijn wereldwijd hooguit dertig potentiele klanten voor deze technologie. Het bedrijf dat als eerste met deze technologie op de markt komt, zet dan ook de standaard. Daarom hebben we ook niet bij de overheid aangeklopt. Het duurt dan minstens een half jaar voor je aan de slag kunt. Dan is de race al gelopen.

Tel Aviv ligt aan de Middellandse-Zee, maar heeft die zee de rug toegekeerd. De stad wordt van het strand afgesneden door een vierbaans weg waar het levensgevaarlijk is om over te steken. De ramen van het Israel Export Institute op de vijfde verdieping van een hemelhoog kantoorgebouw zien niet uit over zee maar over de stad.
Ook Amir Hayek, directeur van het Israel Export Institute, heeft kritiek op de overheid. Hij heeft eerder die dag te horen gekregen dat in zijn budget wordt gesneden. Blijkbaar denken ze op het ministerie van Financien dat het succes van de sector betekent dat er minder geld nodig is. Het tegendeel is waar. De rol van de overheid als incubator wordt kleiner, het gaat nu om marketing. Start-ups moeten in contact worden gebracht met venture capitalists. In de ICT draait het allemaal om de time to market. Bovendien moeten de belastingregels worden aangepast zodat het aantrekkelijk wordt voor de ondernemingen om hun hoofdkantoor hier te vestigen in plaats van in Amerika.

Israel is nummer twee als het gaat om het aantal aan de Nasdaq genoteerde bedrijven. Veel Israelische ICT-bedrijven verhuizen na een notering aan de schermenbeurs naar de Verenigde Staten. Hayek ziet ze met lede ogen gaan. Dat betekent niet dat hij tegen overnames door buitenlandse bedrijven is. Integendeel, anders dan de twijfelaars op het ministerie ziet hij alleen maar voordelen. De meeste successtories worden gekocht door Amerikaanse ondernemingen. Ik zie een start-up als een product. Neem Mirabilis, de bedenkers van ICQ, dat had een omzet van 25.000 dollar toen het voor 407 miljoen dollar door America Online werd overgenomen. Niet ICQ maar Mirabilis was het product. De oprichter is al weer bezig met nieuwe bedrijfjes.

Overnames leiden alleen maar tot meer activiteiten volgens Hayek. De ontwikkelafdelingen blijven meestal in Israel en worden vaak uitgebreid. Kijk naar Intel, IBM en Motorola. Dat levert heel wat zeer goed betaalde banen op. Bovendien ontstaan er weer nieuwe bedrijfjes omheen. Het is hier de hemel voor investeerders. Het totaal door venture capitalists geïnvesteerde bedrag komt uit boven de acht miljard dollar.

Hayek gelooft niet dat het escalerende conflict tussen Palestijnen en Israeli een gevaar vormt voor de ontwikkeling van de ICT-sector. Er komt een keer een eind aan het conflict. We zijn voorbij de point of no return. De vraag is hoelang dat nog duurt, maanden of jaren. Wij hebben goede relaties met de Palestijnen. Er zijn joint ventures opgericht met Egypte en Jordani. Het is voor de stabiliteit in de regio belangrijk dat de buurlanden het economisch goed doen. Beter een gelukkige buurman dan een hongerige buurman.

Buitenlandse investeerders laten zich niet afschrikken door het geweld, meent Hayek. Bovendien is veel technologie uniek. Die vind je simpelweg niet in andere landen.
Een tiental Nederlandse risico-kapitaalverstrekkers als Gilde, Alpinvest, Nesbic en Vanenburg Ventures heeft tot nu toe ongeveer 1,2 miljard gulden in Israelische hightech-ondernemingen geïnvesteerd. Holland Venture participeert in zes Israelische ICT-bedrijven waaronder Telemessage dat zich met unified messaging bezig houdt en Netreality dat in bandbreedte doet. DSL-start-up Radwiz werd al twee maanden nadat Holland Venture erin stapte overgenomen door Terayon.

Steven Tan is verantwoordelijk voor de ICT-portefeuille. De toegenomen belangstelling van de investeerders voor de Israelische start-ups heeft ook negatieve kanten volgens Tan.
De Israelische markt was altijd al een slangenkuil waar je zonder netwerk je vingers aan brandt. Nu is het nog moeilijker dan het al was, er wordt nog agressiever geboden en er is nog meer opportunisme in de markt. Loyaliteit is ver te zoeken, je moet zelfs je eigen partners in de gaten houden.
Desondanks vormt Israel één van de belangrijkste graasgebieden voor het Holland Venture Fund III. De resultaten van de eerste investeringen, die in co-financiering met een Israelische partner werden gedaan, waren zo positief dat Holland Venture een Israeli in het bedrijf opnam om het veldwerk te verrichten. Een gouden zet volgens Tan. Als oud-kolonel beschikt hij over een belangrijk netwerk. Dat heeft ons goede relaties met het gros van de Israelische venture capitalists opgeleverd.

Tan probeert de geadopteerde bedrijven ervan te overtuigen dat niet Amerika maar Europa het Mekka voor mobiele telefonie is en dat Nederland de poort is tot Europa. Behalve Regisoft dat zijn hoofdkwartier in Frankrijk heeft, hebben al onze bedrijven hun commerciële hoofdkantoor in Nederland gevestigd. Om ze op gang te helpen hebben we kantoorruimte ingericht zodat ze vanaf dag n aan de slag kunnen. Bovendien zorgen wij voor commercieel personeel en de contacten met potentile klanten. Holland Venture scoort met een rendement van 32 procent het dubbele van het Nederlandse gemiddelde.
Anders dan Amir Hayek van het Israel Export Institute is Tan er niet zo zeker van dat de intifada aan de ICT-sector voorbij zal gaan. Wij maken ons zorgen. Het is een moeilijk te kwantificeren risico. Oorlog en mobilisatie van de reservisten zou een leegloop van de ontwikkelafdelingen betekenen.

Tan gelooft niet dat de Israelische technologie uniek is. Er zijn altijd andere bedrijven met hetzelfde bezig, al is het misschien in een andere fase. Wanneer de helft van het personeel van de ontwikkelcentra onder de wapenen ligt, is de kans groot dat je op achterstand wordt gezet. Het is niet mogelijk om investeringen op korte termijn terug te trekken, maar je kunt er wel voor kiezen niet meer in Israelische bedrijven te investeren. Die vraag is nog niet aan de orde, maar als er straks een voorstel op tafel ligt voor een Israelische deal, zullen we daar een concreet antwoord op moeten geven. Ik kan me voorstellen dat we dan voor niet-Israelische alternatieven kiezen.

,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp