Op zoek naar de spirituele impuls op Walcheren · 31 augustus 1996

(Nooit gehoord van Loverendale? Lees hier dan eerst de inleiding!)

Schitterende periodes uit de geschiedenis blijken veelal minder glanzend als ze onder een vergrootglas worden gelegd. Dat geldt ook de ogenschijnlijk ideale kruisbestuiving tussen kunst en landbouw die zou hebben plaatsgevonden aan de wieg van bd-bedrijf Loverendale.

De kring rond Piet Mondriaan en Jan Toorop verketterde Jacoba van Heemskerk en de dominante mecenas Maria Tak van Poortvliet toen de dames zich richtten op het Duitse expressionisme. De andere kunstenaars die aan de Walcherse kust verbleven omarmden de Parijs scene en de Zuideuropese kunst. (De imposante collectie die Maria Tak van Poortvliet vergaarde, kreeg tot in onze tijd dan ook louter Duitse handen op elkaar.)
Van een directe bemoeienis van de beroemde schilders met de oprichting van het bd-landbouwbedrijf en invloed op de mensen die naast Tak van Poortvliet een belangrijke rol hebben gespeeld in de eerste decennia van Loverendale, is dan ook geen sprake.
Nog sterker: Ehrenfried Pfeiffer, de wetenschapper en leerling van Steiner die vanaf de oprichting in 1925 het roer op Loverendale in handen had, kon tijdens het ontruimen van de villa voor zijn vertrek naar de Verenigde Staten in 1939, niets beters verzinnen dan een aantal achtergebleven doeken van Van Heemskerk in de vijver achter het huis te gooien.
Maar wie weet: heel voorzichtig heeft de kunst weer een vinger tussen de deur gekregen. In de gebouwen op het erf van Ter Linde zijn momenteel twee ateliers in gebruik.

De Sint Willibrordkapel is gebouwd aan de voet van het duin waarop het ooit roemruchte Badpaviljoen staat. Ook het grotendeels houten tentoonstellingsgebouwtje waar Toorop en de andere schilders exposeerden en dat de stormen niet overleefde, stond op diezelfde duin.teerde uit dezelfde periode. De badgasten die in het kielzog van de beroemde arts Metzger naar het verre Walcheren waren afgereisd (maar ook bijvoorbeeld Jan Toorop) vonden er een katholieke schuilplaats in het protestantse Domburg.
Als auteur en journalist Jelle van der Meulen meer dan een halve eeuw later in dezelfde kapel de conferentie aanblaast met een ‘sleutel-lezing’, zijn de katholieke relikwieÎn discreet verborgen achter blauwe banieren.
Van der Meulen reikt het honderdkoppige gehoor een manier aan om de biografieÎn die tijdens de bijeenkomst nog zullen volgen, verteerbaar te maken. ,,Al die grote geesten uit de antroposofie, wat had dat met mij te maken. Ik ga maar klein door het leven. Neem al die gewichtige boeken van Willem Zeylmans. Zo wijs, maar ik kon er niets mee. Totdat ik een boekje van hem las wat hij op latere leeftijd schreef: ‘De jaren van mijn jeugd’. Daarin beschreef hij heel kwetsbaar hoe een kind zich voelt. Daardoor ging hij voor mij leven en kon ik zijn werk ook in me opnemen.’‘
Hetzelfde geldt voor Mondriaan en zijn werk, volgens Van der Meulen. ,,Het is moeilijk om een gevoel te krijgen bij die doeken met louter lijnen en gekleurde vlakken. De vroegere doeken, zoals die van de kerk in Domburg, zijn veel makkelijker. De toegang bleek te vinden door me te verdiepen in de vraag ‘wie Ìs die Mondriaan’. En zo ontdekte ik dat die doeken juist een uitdrukking waren van een levensdilemma. Zo kun je door je in de persoon, in de mens zelf, te verdiepen de geschiedenis binnenhalen en zelf meedoen.’‘

‘A la recherche du temps perdu’

Van der Meulen probeerde grote veranderingen in het denken die in de eerste decennia van deze eeuw speelden, te analyseren aan de hand van het werk van Rilke en Proust. Rilke liet de ‘mooischrijverij’ definitief achter zich nadat hij het werk van CÈzanne had gezien. ,,Deze schilder liet de beelden in zijn ziel bevriezen. Hij haalde ze naar binnen door zijn hart en daarna verbeelde hij ze pas. ZÛ wilde Rilke schrijven. Hij zag dat de mens de aarde niet aan zijn lot kon overlaten, want dan zou ze verzieken. De aarde wil onzichtbaar worden door ons hart heen.
Proust deed iets soortgelijks. Hij liet zich langdurig in een kleine kamer opsluiten om de beelden van zijn jeugd te herinneren voor zijn grote werk ‘A la recherche du temps perdu’. Door de aarde zo te vormen, worden we volgens Proust pas aard-bewoners.’‘
Via de Rozenkruisers, die in de aarde willen staan, deze opnemen en transformeren tot de tempel van de geest, kwam Van der Meulen weer terug op Walcheren. ,,Toen ik hier drie jaar geleden voor de eerste keer kwam en de wildernis zag bij de inmiddels gesloopte villa en hoorde wat er hier allemaal was gebeurd ging het voor me leven. Toen besefte ik wat voor bijzonders zich hier hadden afgespeeld. Het ging door mijn zintuiglijke wereld heen.’‘

In die tijden, waarin blijkbaar niets meer was wat het leek, kwamen dus verschillende getormenteerde zielen onafhankelijk van elkaar naar Domburg. Jacqueline van Paaschen en Hans Jansen, conservator van het Haags Gemeentemuseum dat het grootste deel van de collectie van Maria Tak van Poortvliet in bezit kreeg, lieten hun licht schijnen over respectievelijk de motieven van Marie Tak en de invloed van Mondriaan en de zijnen.

Poortvliet

De aanwezigheid van Maria Tak van Poortvliet in het Zeeuwse is minder opvallend dan het lijkt. De familie bezat verschillende landerijen in de provincie en ÈÈn van haar voorvaderen had het tot ambachtsheer van het plaatsje Poortvliet op Tholen geschopt, waarna hij de plaatsnaam aan de familienaam Tak had toegevoegd. De familie resideerde in Den Haag mede omdat haar vader in de politiek werkzaam was en zelfs minister van Handel werd. De zomers werden echter doorgebracht in het huis ‘De Griffioen’ in Middelburg.

In Den Haag ontmoet Tak van Poortvliet de schilderes Jacoba van Heemskerk en al snel ontstaat er een innige relatie tussen de twee vrouwen.
In de schaduw van het Badhotel in Domburg verrijst de villa Loverendale. Volgens Van Paaschen waren de taken in huis duidelijk verdeeld. ,,Maria Tak ontving de mensen en Jacoba zat in het atelier. Jacoba was in tegenstelling tot Maria niet zo op haar gemak in gezelschap. Net als de andere kunstenaars in het dorp was de drijfveer de onvrede met het reproduceren van de werkelijkheid. Wat is de geestelijke werkelijkheid en hoe beeld je dat uit. Ondertussen begint Maria Tak met de vorming van een collectie. Ze verkocht oude meesters, familiebezit, en kocht daar nieuwe meesters voor in de plaats. In Parijs koopt ze werk van Braque en Picasso. Later komt ze in contact met kunstmakelaar Walden uit Berlijn die Van Heemskerk uitnodigt deel te nemen aan een grote overzichtstentoostelling in die stad. Vanaf die tijd richt het tweetal zich helemaal op het Duits expressionisme.’‘
Dat leidt tot een breuk met Toorop en de andere schilders in Domburg. Mondriaan vertrekt naar Parijs en heeft nog slechts incidenteel contact met de twee vrouwen.

Zeeuwse land

Van Heemskerk laat zich inspireren door het Zeeuwse land. Ze gaat deels mee in de met de ontwikkelingen van haar tijd en er vindt een zekere abstrahering plaats in haar werk. Hans Jansen laat aan de hand van een parallel-projectie met dia’s de verschillen zien tussen het krachtige werk van bijvoorbeeld Malevitch waaruit een noodzakelijke innerlijke ontwikkeling spreekt in de richting van de abstractie en de doeken van Van Heemskerk die veel voorzichtiger ogen. Alsof ze uit een soort angst om zichzelf te verliezen in die abstractie toch met de vingertoppen vasthoudt aan de realistische elementen op het linnen.
Jacoba van Heemskerk komt uit de verschillende verhalen toch vooral over als een kwetsbare vrouw die van weinig zelfvertrouwen getuigt en veelal in de schaduw van haar vriendin blijft. Misschien is het dat waardoor zij niet werkelijk als schilder naam heeft gemaakt. Er hangen enkele werken van haar in het Haags gemeentemuseum en er zijn ontwerpen bewaard gebleven voor glas-in-loodramen. Maar een ander deel van haar werk verdween achteloos in de vijver achter de villa. In de geschiedenis van Loverendale is Jacoba van Heemskerk toch vooral de vriendin van Maria Tak van Poortvliet.
Lang nadat Piet Mondriaan Parijs voor New York had ingeruild en experimenteerde met de abstracte doeken die hem tot ÈÈn van de belangrijkste schilders van deze eeuw maakten, ontving hij een verzoek van Maria Tak van Poortvliet om een aquarel voor haar te maken. In een brief aan zijn geestverwant Theo van Doesburg schampert hij dat die excentrieke vrouw uit het Holland dat hij inmiddels zo verfoeide, nota bene wilde dat hij een bloem voor haar zou schilderen. Stel je voor.

Als de deelnemers uit de kapel de donkere Domburgse nacht inlopen, is ÈÈn ding duidelijk. De spirituele impuls lokte creatieve en krachtdadige mensen naar Domburg en creÎerde zo een voedingsbodem waaruit later Loverendale te voorschijn kwam. Maar de scheiding van geesten had zich toen al voltrokken.

einde eerste deel.

———————————————

tweede deel.

Over de kunst van de landbouw

Op zoek naar de spirituele impuls op Walcheren

Op de kop af zestig jaar nadat Marie Tak van Poortvliet, Frederik Willem Zeylmans van Emmichoven en Ehrenfried Pfeiffer ten kantore van notaris Jan Loeff in Koudekerke de handtekening zetten onder de akte waarmee de nv. Cultuurmaatschappij Loverendale werd opgericht, oogt het bedrijf levensvatbaarder dan ooit.

Een oorlog en een inundatie werden het hoofd geboden en een dreigende faillissement in meer recente jaren werd uiteindelijk met pragmatisme gepareerd.
Als ‘Ter Linde’ (what’s in a name) plooit het bedrijf zich naar de mores van deze tijd. Met de handen in de grond in plaats van het hoofd in de wolken blijkt het mogelijk een zakelijk gezond bedrijf te voeren zonder de beginselen van de biologisch dynamische landbouw geweld aan te doen.
Zoveel wordt duidelijk tijdens de rondleiding door het bedrijf en over het erf en de landerijen op de tweede dag van de bijeenkomst.

Ook op Ter Linde is plaats ingeruimd voor een mini-camping. De twaalf plaatsen die verstopt liggen achter de windsingels bij de tuinbouw, geven het bedrijf in de zomer wat ademruimte.
Een wandeling over het erf geeft afwisselend een intieme blik in het verleden en ruim zicht op de toekomst. In de knusse kruidentuin achter het woonhuis van Hof Ter Linde gaan de gedachten onwillekeurig naar Marie Tak, voor wie in dit huis altijd enkele kamers waren ingericht.
Achter op het erf wordt de laatste hand gelegd aan een enorme nieuwe potstal. Bij de bouw van deze diervriendelijke halfopen schuur is geen ruimte voor nostalgie: er wordt gebouwd met staal, beton en damwand-delen.

Zakelijk gescheiden, maar in praktijk en ideologie verstrengeld is het fruitteeltbedrijf Ter Linde. De nog jonge boomgaarden liggen aan drie kanten rond het ‘oude’ Ter Linde. De verschillende appelrassen maken het leeuwendeel uit van de produktie, maar op het perceel aan de Oranjezonweg is ook ruimte voor ander fruit. Hoewel de pruimenbomen nog maar vier jaar oud zijn, hangt aan elke tak een kralensnoer van pruimen.
De driehonderd ton appelen die de zilte grond achter de duinen dit jaar ongeveer opbrengt, vinden hun weg door het land in enorme blankhouten fruitkisten.

Diezelfde appelcontainers vormen de coulissen voor het tweede deel van de lezingenserie biografiÎn van de hoofdrolspelers in het verhaal Loverendale. De blauwe banieren die de avond ervoor de relieken van de Sint Willibrordkapel aan het oog onttrokken, zorgen voor enige continuÔteit in het verder zo verschillende decor. In de opslagloods van het fruitbedrijf
vertelt Christine Hebert over het leven van Willem Zeylmans van Emmichoven.

Zeylmans

Zeylmans (1893-1961) was psychiater en jarenlang voorzitter van de Antroposofische Vereniging, en ÈÈn van de belangrijkste figuren in de ontwikkeling van de antroposofie in ons land.
Zijn levensloop leek echter nog een heel andere richting uit te gaan, toen hij in 1916 de dames Tak en Van Heemskerk ontmoette tijdens, hoe kan het in dit verhaal ook anders, een kunsttentoonstelling.
Volgens Hebert is het een opmerking van Steiner die hem later in doet zien hoe groot de invloed van beide dames op zijn leven is geweest. Steiner spoorde hem aan zijn karma te leren kennen door na te gaan wie hem had gestuurd bij het nemen van beslissingen in zijn leven.
Op een aantal cruciale momenten was het vooral Marie Tak van Poortvliet die hem welbewust in de richting van de psychiatrie en de antroposofie had gestuurd. Sterker nog, nadat de twee dames de nog jonge student medicijnen slechts enkele keren hadden ontmoet, wisten zij al dat ze de toekomstig leider van de Antroposofische Vereniging voor zich hadden.
Zeylmans kon zich de studie permitteren omdat hij een verplichting was aangegaan om na zijn studie als gouvernementsarts in het toenmalig Nederlands-IndiÎ te gaan werken. Marie Tak zag haar visioen doorkruist en kocht hem vrij.
Hierna kon hij zich aan een studie psychiatrie wijden en aan wat hem mateloos boeide: kleuren.
In feite trad Tak van Poortvliet op als mecenas, zoals zij dat deed voor Jacoba van Heemskerk.
Zeylmans onderzocht de werking van kleuren op het menselijk functioneren en promoveerde uiteindelijk ook op dit onderwerp.
In de Rudolf Steinerkliniek, die hij oprichtte en waarvan hij lange tijd geneesheer-directeur was, was een deel van de kamers ook in een bepaalde kleur geschilderd om een heilzaam effect op de patiÎnten te bewerkstelligen.
Voordat deze kliniek werd geopend, functioneerde zijn eigen woning in Den Haag als verpleeginrichting. De enige patiÎnt in die tijd was de zuster van Marie Tak, die overigens in de stellige overtuiging verkeerde dat ze in een pension verbleef.
Zijn studies brachten hem naar Duitsland en naar het Goetheanum in Dornach. In de inleiding die Steiner schreef bij een natuurkundig werk van Goethe las hij een zin die bij hem het licht door deed breken. ,,Het concrete wereldbeeld is de som van zich veranderende waarnemingen zonder een daar aan ten grondslag liggende materie’‘. ‘Kleur’, dacht Zeylmans onmiddellijk. (‘Kunst’, ben ik geneigd er in dit kader op te laten volgen)

Gedurende de jaren twintig was er een regelmatig en hecht contact tussen Zeylmans en Marie Tak van Poortvliet. Zeylmans
werd in 1923 voorzitter van de Antroposofische Vereniging, daartoe aangemoedigd door Steiner en gesteund door Marie Tak. Bij de oprichting van de cultuurmaatschappij Loverendale werd hij commissaris naast Tak van Poortvliet. In zijn verdere leven zou hij over de hele wereld enkele duizenden lezingen houden over de antroposofie en aanverwante onderwerpen. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog zette hij zich in om de schismas in de mondiale antroposofische gemeenschap tegen te gaan. Zijn laatste jaren bracht hij door in Zuid-Afrika, waar hij volgens Christine Hebert probeerde ‘natuurwezens te bevrijden via imaginair bewustzijn’. Een zin die herinneringen oproept aan de door Jelle van der Meulen beschreven pogingen van Rilke en Proust om de aarde te redden door haar in het hart op te nemen.

Kristalbeelden

Tijdens ÈÈn van de vijf workshops die in de namiddag worden gehouden wordt proefondervindelijk vastgesteld dat respectievelijk bd-melk, bd-appels en bd-sla beter smaakt dan gelijksoortige produkten uit de reguliere landbouw. Maar wat maakt nu dat kwaliteitsverschil, terwijl de chemische samenstelling nagenoeg identiek is. De antroposofische wetenschap ontwikkelde de kristalbeelden-methode om de etherische krachten die de verschillen mede bepalen, maar moeilijk aantoonbaar zijn, in levende organismes aan te tonen.
Een hoeveelheid te beoordelen materiaal (bijvoorbeeld graan) wordt opgelost in vloeistof met koperchloride (CuCl2H2O) en te drogen gelegd. Dan vormt zich een kristalbeeld dat door krachtige patronen en symmetrie etherische kwaliteit toont. Tijdens de testen zien de kristalbeelden van de bespoten bintjes en met kunstmest uit de grond gejaagd graan er heel wat minder wilskrachtig uit dan de kunstzinnige abstracties van de bd-produkten.

Deze methode is mede ontwikkelt door Ehrenfried Pfeiffer. Joop van Dam, oud-voorzitter van de Antroposofische Vereniging en zelf arts, probeerde een beeld te geven van het produktieve leven van deze wetenschapper die werd opgeleid door Steiner en de bd-landbouw op Loverendale vorm heeft gegeven.
Pfeiffer (1899-1961) zag het levenslicht in M¸nchen. Zijn stiefvader, de boekhouder Theodor Binder, werd door Steiner betrokken bij de bouw van het Goetheanum in Dornach. Pfeiffer
zelf experimenteerde er op jonge leeftijd met de podiumverlichting. Enkele jaren later nam Pfeiffer er zijn intrek. Hij studeerde er zoveel uiteenlopende vakken als biologie, scheikunde en natuurkunde. Maar er werd ook aandacht besteed aan vakken als sociologie en psychologie.
Pfeiffer werd geboeid door het belang dat Steiner hechtte aan juiste voeding. Kort gezegd kwam het hierop neer dat de scheppende levensenergie (de etherische energie) pas ten volle ter beschikking zou staan voor de mens als deze ook moreel voldoende ontwikkeld was. Echter, voor de geestelijke ontwikkeling was de kwaliteit van het voedsel van doorslaggevend belang. Pfeiffer besloot zich te wijden aan het uitwerken van de methodiek de bd-landbouw.
In 1924 gaf Steiner een landbouwcursus aan boeren in Koberwitz bij Breslau in SileziÎ, die door uitputting van de grond, achteruitgang van kiemkracht en ziektes aan gewassen en vee
in hun voortbestaan werden bedreigd. Dit geldt als het begin van de biologisch-dynamische landbouw.

Vruchtbare aarde

Marie Tak van Poortvliet, die op cultureel gebied het vizier al een decennium eerder op Duitsland had gericht, verruilde na de dood van haar vriendin Jacoba van Heemskerk Domburg en Den Haag steeds vaker voor een verblijf in het Goetheanum. Zij was gegrepen door de antroposofie en de ideeÎn van Steiner over voeding en bd-landbouw vielen bij haar in vruchtbare aarde.
Zij ontmoette de nog jonge bioloog Pfeiffer en voerde vele geestdriftige gesprekken met hem.
Uiteindelijk besloot zij het land dat ze geÎrfd had te gebruiken voor de biologisch-dynamische landbouw. Twee jaar na de eerste cursus van Steiner in Breslau, zaten Marie Tak, Pfeiffer en Willem Zeylmans bij de notaris en was de oprichting van Nederlands eerste bd-bedrijf een feit.
De dagelijkse leiding kwam in handen van Pfeiffer. Bij de villa Loverendale experimenteerde hij in een klein laboratorium met nieuwe methodes en aanpassingen om de voor midden-Europese bodem ontwikkelde methodes aan te passen aan de Zeeuwse klei. Pfeiffer zou als directeur bij Loverendale werkzaam blijven tot hij zich in 1939 definitief in de Verenigde Staten vestigde. Ook daar stond hij aan de wieg van verschillende bd-bedrijven. Ehrenfried Pfeiffer heeft daadwerkelijk de biologisch-dynamische praktijk voor een groot deel ontwikkeld.

‘s Zondags zwerft een groep deelnemers op zoek naar sporen en sferen van het verleden door Domburg. Het hoofd is nog zwaar van alle opgedane kennis: een bijpassend beeld zou ÈÈn en ander misschien verluchtigen. Domburg kijkt niet op van die wat excentrieke groep zoekenden. Zo gaat dat al eeuwen.
Zoekend blijven ze ook, want het geheim van de ‘spirituele impuls’ is niet ontrafeld. Misschien is een eerste stap gezet door het vertellen van verhalen en het weer bijeenbrengen zij het wat onwennig van kunst en landbouw. En misschien is het wel belangrijker om je te laten inspireren door die spirituele impuls dan hem te ontrafelen.

(inleiding)

Over een niet voor de hand liggende geschiedenis

Het biologisch-dynamisch landbouwbedrijf ‘Ter Linde’ beslaat een oppervlakte van ruim tachtig hectare en is ÈÈn van de grootste bedrijven op Walcheren.
De meeste mensen kennen het bedrijf in de luwte van het duingebied tussen Oostkapelle en Vrouwenpolder nog steeds als Loverendale. Deze naam, die in antroposofische kring bijna mythische proporties heeft aangenomen, prijkt tegenwoordig echter als merknaam op een assortiment Demeter-produkten dat verder niets met het bedrijf aan de Lijdijkweg van doen heeft. Deze constructie stamt uit een recente periode waarin het bedrijf het water aan de lippen stond en de faam van de naam in klinkende munt kon worden omgezet.
‘Voorheen Loverendale’ is niet zo maar een willekeurig bd-bedrijf. Het was in 1926 het eerste bedrijf in Nederland dat werd opgezet volgens het gedachtengoed van Rudolf Steiner. De hoofdrolspelers uit dit verhaal hebben sleutelrollen vertolkt in de historie en de ontwikkeling van de antroposofie in Nederland en, in de persoon van Ehrenfried Pfeiffer, in de Verenigde Staten.
Evenmin lag het voor de hand dat een dergelijk alternatief bedrijf zou ontstaan op het in zichzelf gekeerde Walcheren, dat in die tijd op een dag reizen lag van de ‘geciviliseerde wereld’.
Maar blijkbaar was er iets in die verscholen noordhoek van het eiland dat diegenen die gegrepen waren door de toenmalige omwenteling in wetenschap, filosofie en bovenal kunst, als een magneet naar zich toe trok.

Een kleine tweeduizend jaar eerder al stichtten de Romeinen in dit gebied een belangrijke tempel voor de van oorsprong Germaanse maar ver-Romein-ste godin Nehalennia. De delta was ook in die tijd een belangrijk plaats voor overslag van de schepen uit de riviervaart en de zeeschepen die onder andere op Engeland voeren. Nehalennia waakte over de behouden vaart. Gewijde grond, dus.
In die onsamenhangende groep zoekenden, waarvan Piet Mondriaan de meest bekende exponent was, bevond zich ook de welgestelde Maria Tak van Poortvliet. Zij bouwde in Domburg voor zichzelf en haar protÈgÈ, de schilderes Jacoba van Heemskerk, de villa Loverendale en zou uiteindelijk de centrale persoon zijn in het ontstaan van de ‘cultuurmaatschappij Loverendale’ en mede daardoor een belangrijke rol spelen in de historie van de antroposofie in Nederland.
Kunsthistorica Jacqueline van Paaschen en Piet Korstanje, die de boomgaarden op het voormalige Loverendale onder zijn hoede heeft, wilden een vinger krijgen achter die ‘spirituele impuls op Walcheren’ die zowel een kunstenaar als Piet Mondriaan in de meest cruciale episode van zijn artistieke ontwikkeling inspireerde, alsook Maria Tak van Poortvliet aanzette tot baanbrekend werk voor de antroposofie.
Korstanje en Van Paaschen meenden dat kunst en landbouw, beiden als omvormende krachten, misschien wel veel dichter bij elkaar staan dan ogenschijnlijk het geval is. Tijdens hun enthousiaste speurtocht sleepten ze ook prominente antroposofen als Joop van Dam en Jelle van der Meulen mee. Besloten werd een bijeenkomst te organiseren waar van gedachten zou worden gewisseld over die spirituele impuls en de invloed ervan op de actualiteit. Deze bijeenkomst vond plaats in het laatste weekend van augustus, deels in de St. Willibrordkapel in Domburg en deels op het erf van Ter Linde.

,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp