Thailand haalt met vrije markt Paard van Troje in huis · 9 januari 1998

De gevreesde Aziatische tijger bleek een Siamese kater die nu bedelend om kliekjes aan de achterdeur staat. Thailand was vorige zomer de eerste van een reeks Oost-Aziatische landen waar de gebakken lucht uit de ballon ontsnapte. Het land bleek bankroet.

Het verhaal is bekend, een lange reeks faillissementen volgde. De prijzen gingen over de kop en de werkeloosheid nadert inmiddels de twee miljoen. De middenklasse, die gewend was geraakt aan een westerse levensstandaard kieperde over de rand van de armoede en de allerarmsten, meer dan de helft van de bevolking stuiterde op de kale betonnen bodem van de samenleving. De straatkinderen uit de buurt rond het Hua Lamphong treinstation in Bangkok, die leefden van de etensresten die reizigers in de treinen achterlieten, lijden honger simpelweg omdat er geen restjes meer zijn.

De regering probeert met het Internationaal Monetaire Fonds de boedel te saneren door alle deuren open te zetten voor de vrije markt. Met de geleende dollars worden voornamenlijk buitenlandse schuldeisers gepaaid. Het groeiend leger werkelozen in Bangkok krijgt te horen dat ze ‘zich moeten opofferen voor de economie’. Hen rest niet veel meer dan teruggaan naar het platteland waar de armoede even schrijnend is.

Knieval
De invloedrijke econoom dr. Walden Bello waarschuwt dat de definitieve knieval voor de globalisering het land uiteindelijk in een wingewest voor het Amerikaanse kapitaal zal veranderen waarin grote groepen in uitzichtloze armoede geraken en de eigen cultuur gemarginaliseerd wordt. ,,Dat zijn de consequenties van een markt die de samenleving stuurt. Mensen hebben recht op een menswaardig bestaan. Daarom moet de markt wel degelijk gereguleerd en gecontroleerd worden.’‘

Buitenlandse investeerders wisten niet hoe snel ze hun miljarden moesten terug trekken, toen na het eerste faillissement duidelijk werd dat de Thaise banken de dollars vooral hadden geïnvesteerd in onverantwoorde vastgoed projecten en risicovolle speculaties, met een hyperinflatie van onroerend goed in plaats van een productiviteitsverhoging als gevolg. De geringe productiviteit en de hoge dollarkoers ondergroeven de concurrentiepositie. Een oplopend tekort op de betalingsbalans was het resultaat.

Mede doordat de deviezen als dollarrentes het land uitvloeiden, was de vaste wisselkoers tussen de bath en de dollar uiteindelijk niet meer houdbaar. De nationale munt, de bath, kelderde in korte tijd tot minder dan de helft van de oorspronkelijke waarde. Buitenlandse -dollar-schulden werden twee keer zo duur en de solvabiliteit van bedrijven, financiële instellingen en de overheid kwam onder druk. Tientallen banken moesten de deuren sluiten en nog meer bedrijven waren van de ene op de andere dag failliet. Goedlopende bedrijven zagen hun kans schoon om geheel volgens het credo van de winstmaximalisering ‘duur’ en lastig personeel op straat te zetten.

Nike
Zo dumpte Par Garment, een textielonderneming die onder andere kleding maakt voor Nike, van de ene dag op de andere vijfhonderd werkneemsters onder het mom van de economische crisis. Het werk wordt nu uitbesteed aan thuiswerksters en kleine naai-ateliers. De na het begin van de crisis aangetreden regering van premier Chuan Leekpai schikte zich naar alle wensen van het Internationale Monetaire Fonds in ruil voor zeventien miljard dollar steun. Wensen die geheel volgens Amerikaans recept voorzien in het slechten van alle handels barrieres, het terugtreden van de overheid en de sanering van de financiële sector in een poging het buitenlandse kapitaal zo snel mogelijk weer binnen te brengen.

Op die manier haalt Thailand het paard van Troje binnen de muren denkt dr. Walden Bello, Filipijnse econoom, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van de Filipijnen en directeur van Focus on the Global South, een politiek research project van de Chulalongkorn Universiteit in Bangkok. Bello is auteur van een bibliotheek vol boeken over noord-zuidverhoudingen en steun en toeverlaat voor verschillende non-gouvermentele organisaties in de regio.

,,De Amerikanen slagen er nu in om in een paar maanden te realiseren wat ze vijftien jaar hebben geprobeerd, namelijk het volledig openen van de Aziatische markten voor Amerikaanse producten en kapitaal. Dit is na de val van het communisme de tweede grote stap op weg naar globalisering volgens Amerikaans model. Zij maken de wereld duidelijk dat er maar een weg is naar het kapitalisme en dat is het model van de terugtredende overheid. Het Aziatisch model van een door een sterke staat gereguleerde markt, maar ook het Europese model van de sociale markt economie, hebben afgedaan. ‘Globalisation is US’, roepen de Amerikanen.’‘

Zegeningen.
Bello spreekt in het serene Buddhamonthon-park vol waterpartijen, bamboebosjes en meditatiehallen dat in de vijftiger jaren ter gelegenheid van de 2500-ste geboortedag van Boeddha op tientallen kilometers van de hoofdstad werd aangelegd als wijkplaats voor de boeddhisten. Inmiddels heeft het almaar uitdijende Bangkok het vier vierkante kilometer grote park bijna opgeslokt. Hij waarschuwt voor de zogenaamde zegeningen van de vrije markt.

,,Globalisering betekent per definitie het omverhalen van barrieres tussen de markten; een vrij verkeer van kapitaal en producten. Maar in praktijk betekent het ruim baan voor het kapitaal van de grote multinationals. Globalisering is een proces dat geleid wordt door Amerikaanse economische en politieke belangen. Het is belangrijk om te beseffen dat de regering van de Verenigde Staten een belangrijke rol speelt.”

“Sterker nog, vaak is het de Amerikaanse overheid die het voortouw neemt in het pushen van economische initiatieven. In de tachtiger jaren zetten het IMF en de Wereldbank de eerste stap door de landen in Latijns Amerika en Afrika, die toen een crisis doormaakten, te dwingen hun markten open te stellen en subsidies op lokale producten op te heffen. Die twee instellingen zijn niet anders dan een verlengstuk van de Amerikaanse overheid. Reagan voerde toen ook in eigen land soortgelijke veranderingen door. De sociale voorzieningen werden terug gedrongen en er werd een einde gemaakt aan de comprommiscultuur tussen werkgevers en werknemers die in de na-oorlogse periode voor stabiliteit had gezorgd.’‘

Het openbreken van de door de staat geleide Aziatische economieën werd volgens de Filipijns econoom het belangrijkste agendapunt voor de buitenlandse politiek voor de Amerikanen. ,,Hier in de regio heeft de staat zich altijd nadrukkelijk bemoeit met de economie. Door invoerheffingen en tariefmuren werden de lokale markten beschermd tegen de multinationals. Op die manier kon een eigen industrie op poten worden gezet en ontstond er een rijke industrieële elite. Wat nu gebeurd is hadden ook de specialisten niet voorzien. Zelfs Zuid Korea, dat kort geleden nog gold als het lichtend voorbeeld voor de newly industrialised countries, moet tientallen miljarden lenen bij het IMF. De agenda wordt nu gedicteerd door minister van financiën, Rubin en mevrouw Albright. En die agenda is eenvoudig. Privatiseren, het afschaffen van regels en beperkingen, en het terugdringen van de overheid. Kortom, het economisch model van Amerika overnemen en de deur open zetten voor Amerikaans kapitaal De slag tussen het Aziatisch- en het Amerikaans kapitaal is gewonnen door de Amerikanen. Zeker nu zelfs Japan in ernstige problemen is, kun je stellen dat het Aziatische wonder voorbij is.’‘

Paradijs
Nergens lijkt een wonder mooier dan in het tropisch paradijs. De Thaise bomen, die tien jaar lang tot in de hemel leken te groeien, zijn verbeeld in de talloze wolkenkrabbers die nu overigens voor het grootste deel leeg staan en vaak onafgebouwd zijn. Met een jaarlijkse economische groei van zeven tot tien procent per jaar leek het land van de glimlach op weg om zich een plaatsje te veroveren tussen de Newly Industrialised Countries (NIC), een gevleugeld begrip in Bangkok.
Thailand, ‘s wereld grootste rijstexporteur, schakelde over op de industrie. De ‘lage-lonen’ bedrijvigheid als textiel en goedkoop plastic speelgoed, moest steeds meer wijken voor hoogwaardige industrie. Japanse en Koreaanse ondernemingen bouwden auto- en elektronicafabrieken.

Het leger dat direct of indirect de macht altijd in handen had gehad en in 1992 nog studentenprotesten in bloed smoorde, verdween achter de coulissen en maakte plaats voor een serie burgerregeringen. Overigens hielden de militairen een flinke vinger in de pap, al was het alleen maar om hun economische belangen te beschermen.
Hoewel het land naar buiten toe met verschillende politieke partijen en verkiezingen een democratisch gezicht toonde, werden de regeringen steeds gevormd uit een kleine groep oud-generaals en kopstukken uit het bedrijfsleven, die op een autoritaire manier het land bestuurden.

Stemmen werden openlijk massaal gekocht door vertegenwoordigers van de politici en de regering verdeelde de gunsten onder bevriende bedrijven en financiële instellingen, met het roekeloze gedrag van de banken als gevolg. De gigantische bureaucratie, die de helft van de jaarlijkse begroting opslokte, is van onder tot boven gecorrumpeerd. Maar buitenlandse investeerders zagen een kans om snel veel geld te verdienen aan het economische wonder en de miljarden stroomden het land binnen.

Mercedessen
Er ontstond een middenklasse die in welvaart nauwelijks onderdeed voor die in het westen; Thailand werd buiten de EU de grootste importeur van Mercedessen, ondanks de hoge invoerrechten. Het omarmen van de westerse leefstijl is volgens Bello een belangrijke cultureel element van de globalisering.

,,De achterliggende filosofie is dat het streven van het individu naar gewin de motor is die de hele gemeenschap ten goede zal komen. Het economisch systeem moet daarom bovenal de belangen van de consument behartigen. Daarbij wordt de consumptieve levensstijl van het noorden als ideaal voorgehouden. Koop je geluk met een auto, televisie, en een riant huis; de droom van de Amerikaanse middle class uit de jaren vijftig en zestig. De elektronische media spelen hierin een belangrijke rol. Omgekeerd zie je dat politieke en economische systemen die niet in staat zijn om die Amerikaanse lifestyle waar te maken, hebben afgedaan. Dat speelde zelfs mee bij het ineenstorten van het Oostblok’‘

De vrije markt is volgens Bello gekoppeld aan de ‘formele democratie’. ,,De tijd dat de Amerikanen totalitaire regimes als betrouwbare partners zagen is voorbij. Het systeem van de formele democratie, waarbij in theorie alle burgers gelijk zijn, is veel stabieler. Kijk maar naar de Filipijnen waar Aquino en na haar Ramos er onder het mom van democratie in geslaagd zijn om een van de meest onrechtvaardige samenlevingen van Azië in stand te houden. Dit systeem wordt gelegitimeerd door verkiezingen, maar gemanipuleerd door geld en macht. De burgers zijn niet gelijk want bezit wordt nooit ter discussie gesteld, in tegendeel. Deze schijn democratie creëert een radicale ongelijkheid.’‘

Armoede
Een ongelijkheid die in Thailand schrijnend zichtbaar is. Zestig procent van de bevolking leeft in armoede. Het land staat in de mondiale top vijf van landen met de grootste verschillen tussen arm en rijk. Door de overschakeling van zelfvoorzienende landbouw naar grootschalige productie voor de export, was in de provincie honger en armoede ontstaan. Tenslotte moet de boer die alleen nog maar rijst mag verbouwen voor de export, ineens zelf voedsel kopen. De prijzen die de tussenhandel voor de rijst betaalde, waren uiterst karig omdat de winst ‘het land moest opstuwen in de vaart der volkeren’. De boeren moesten bij diezelfde tussenhandel enorme bedragen neertellen voor de kunstmest en bestrijdingsmiddelen die voor de monoculturen nodig waren. Miljoenen boeren trokken van het platteland naar Bangkok in de hoop als arbeider een graantje me te pikken. Dat bleek meestal een illusie.

Bello denkt dat de vrije markt de situatie op het platteland nog erger zal maken. ,,De Verenigde Staten gaat erg pragmatisch om met de vrije markt. Sinds de Gatt-WTO overeenkomst zijn ook quota en tarieven voor landbouw producten uit den boze. Juist door die bescherming konden de boeren in deze regio nog rijst produceren, want de productiekosten voor bijvoorbeeld rijst uit Californië liggen veel lager. Maar dat komt omdat de Amerikaanse overheid enorme subsidies verstrekt aan de boeren. Eigenlijk is het een socialistisch systeem; de boeren krijgen tot 25.000 dollar boven op hun inkomen.”

“Volgens de Gatt is dat niet illegaal omdat inkomstenvergoeding de markt niet zou beïnvloeden. En dan heb ik het nog niet eens over de enorme bedragen die de Amerikaanse overheid uitgeeft aan irrigatieprojecten die nodig zijn om de verbouw van rijst überhaupt mogelijk te maken. Hier krijgen de boeren helemaal niets, daardoor kunnen ze nooit concurreren. Die vrije markt is dus helemaal niet vrij. Het houdt de dominante positie van het westen in stand. Het ministerie van landbouw in de Verenigde Staten zegt dat de Amerikaanse landbouw de Aziatische markt nodig heeft om te overleven en dat de export naar Azië moet groeien van veertig naar zestig procent. Daarmee zullen ze de boeren hier van hun land verdrijven. In een land zonder sociaal vangnet is dat een tragedie. Uiteindelijk belanden ze dan in de sloppenwijken van Bangkok.’‘

Par Garment
Een tragedie voltrekt zich voor de poort van textielfabrikant Par Garment. Tientallen vrouwen zitten bijeen op ruwhouten vlonders op de stoep langs een van de uitvalswegen van de hoofdstad. Zes rijen dik kruipt een file die nooit ophoudt rakelings langs het landbouwplastic afdakje dat de vrouwen enige beschutting moet geven. Misschien dat het de regen tegenhoudt, maar niet de stinkende walmen uitlaatgassen en het alles overstemmende gegrom van duizenden auto’s.

Deze vrouwen werden tien, vijftien jaar geleden op jonge leeftijd geronseld om in de grote stad geld te gaan verdienen. Ze verlieten hun dorpen in het arme noordoosten en kwamen terecht achter de naaimachines om kleding te produceren die in het westen onder de naam Nike, Old Navy of The Gap in de winkels ligt.
Eind oktober stonden de vrouwen ‘s morgens voor een gesloten poort. De bedrijfsleiding liet weten door de economische crisis gedwongen te zijn het bedrijf te sluiten. Onzin, weet de vakbond, het bedrijf doet nog steeds uitstekende zaken.

Een deel van de vijfhonderd werkneemsters pikte het niet en zette zich neer op de stoep. Ondanks intimidaties en de rotte eieren die regelmatig over de muur komen vliegen, zitten ze er nog steeds. Toch weet Mo (35) ook wel dat ze haar baan niet terug zal krijgen. ,,We zitten hier uit protest en ik blijf hier zitten tot ik in ieder geval het geld krijg waar ik nog recht op heb. Ze moeten ons de 500 bath teruggeven die we moesten storten als onderpand voor de verzekering en ze hebben ook de overuren en toeslagen niet uitbetaald.’‘

De arbeidsomstandigheden waren, zoals bij de meeste ondernemingen in de regio, bij Par Garment uiterst belabberd: een dagloon van minder dan het minimumloon van 128 bath (toen zeven gulden per dag), gedwongen overwerk vaak tot middernacht zonder dat dat werd uitbetaald, geen betaald verlof of ziekte uitkering en veelvuldige intimidatie en seksuele mishandeling.

De ongeorganiseerde jonge meisjes uit het afgelegen, agrarische noord-oosten, waar ook Mo vandaan komt, vormden geen partij voor de bedrijfsleiding. Maar kleine meisjes worden groot en enkele jaren geleden werd de Par Garment Trade Union opgericht.

Minimumloon
Knarsetandend moest de bedrijfsleiding toezien hoe de werkneemsters toetraden tot de bond. De organisatie eiste en kreeg het minimumloon en uitbetaling van overwerk. Maar aan het begin van een nieuwe overlegronde afgelopen september, beet de directie hard van zich af. Op een lijst met eisen waarin onder andere gevraagd werd om betaald verlof en kantoorruimte voor de vakbond, reageerde het bedrijf met een oekaze waarin alle eisen werden afgewezen.

En passant werden de busdienst waar de werkneemsters gebruik van maakten en de uitbetaling van bonussen en prestatietoeslag opgeschort. Daarnaast werd met harde maatregelen gedreigd tegen iedereen die aan protesten zou deelnemen of de productie in gevaar zou brengen. Dat alles om de relatie met de werkneemsters te verstoren volgens Mo. ,,Het was duidelijk dat ze ons het werken onmogelijk wilden maken. Op afspreken voor overleg kwamen ze niet opdagen, behalve die keer dat ze de leden van de bond met geweld en ontslag bedreigden.’‘

Na een maand geharrewar werd op 27 oktober het personeel de toegang geweigerd. De reden is duidelijk, volgens Mo. ,,Volgens een eerdere afspraak met de bond zou het loon binnenkort worden verhoogd naar 170 bath. Ze wilden gewoon van ons af omdat we te duur werden en omdat we lid zijn van de vakbond. Het werk gaat nu naar allerlei kleine naai-ateliers en thuiswerksters. Er heeft zelfs een tijdlang een groot bord voor de poort gestaan waarop naai-ateliers werden gevraagd. We hebben papieren waaruit blijkt dat het bedrijf volop winst maakt, maar blijkbaar willen ze nog meer verdienen.’‘

Om een idee te geven; een thuiswerkster krijgt voor het in elkaar zetten van een spijkerbroek vijf bath, omgerekend ongeveer twintig cent. Een ander deel van de productie gaat naar de dochterondernemingen Par Consortium en Monthinee Garment, die ver van de hoofdstad in de provincie zijn gelegen. ,,Het personeel daar is niet georganiseerd en krijgt een stuk minder betaald dan het minimumloon. We hebben voor de poorten van Monthinee in Nakhorn Rachasima geprotesteerd en de vrouwen die daar werken verteld over wat er gaande is. We hopen op solidariteit.’‘

Solidariteit
De eerste weken was de solidariteit groot met de vrouwen op de stoep. Regelmatig kwamen groepen werkneemsters van andere bedrijven langs om hun onfortuinlijke collega’s een hart onder de riem te steken.

Maar na enkele maanden bleven de groepen achterwege en het aantal vrouwen dat voor de poort bivakkeert, neemt snel af. De veertig, vijftig vrouwen die nog steeds op de houten vlondertjes slapen, krijgen alleen nog bezoek van de leden van de NGO ‘Vrienden voor Vrouwen’ die elke dag rijst en wat groente brengen. Mo begrijpt het wel. ,,Degenen die getrouwd zijn, moeten verder. Wij hebben niks meer over. Ik woon hier nu. Ik heb een tas met wat spullen. Omdat ik de huur niet meer kon opbrengen, ben ik op straat gezet. Ander werk kunnen we wel vergeten; we zijn te oud en we staan op een zwarte lijst vanwege de vakbond. Uiteindelijk zal er niets anders opzitten dan terug te gaan naar mijn dorp.’‘

Een somber perspectief. Een door de overheid aangestelde bemiddelaar hield de vrouwen dan ook voor dat ze zich moesten opofferen voor de economie. De meisjes die indertijd achterbleven zijn allemaal getrouwd en hebben een lapje grond. Mo en de andere ongetrouwde vrouwen hebben geen spaargeld en geen grond. ,,We verdienden te weinig om fatsoenlijk te kunnen trouwen. Het weinige geld dat we in die jaren overhielden, hebben we naar huis gestuurd. Er is daar voor ons geen enkele manier om geld te verdienen. En voor onze familie zijn we een extra mond om te voeden, terwijl er door de prijsverhogingen al bijna niets te eten is.’‘

Maar het is niet alleen de armoede die haar zorgen baart, geeft ze toe. ,,Wanneer er in het dorp ineens een aantal ongetrouwde vrouwen van een jaar of vijfendertig komt wonen, die vijftien jaar in de grote stad hebben gewoond is dat bedreigend. De mensen daar leven een heel ander leven. En er zijn geen ongehuwde mannen over.’‘

Old Navy
The Gap en Old Navy bouwen in eigen land aan een imago van het bedrijf met een sociaal gezicht. Ze nemen deel aan de ‘Trend-setter’ groep die zegt internationale verdragen voor mensenrechten en arbeidsomstandigheden in hun fabrieken te zullen naleven en hetzelfde te zullen eisen van hun onderaannemers: ‘Corporation with Business Ehtics.’.

Holle woorden volgens Bello. ,,Dit zijn de consequenties van een systeem waarin de markt de samenleving stuurt. De drang naar winstmaximalisatie vernietigt levens. Maar de samenleving moet de markt controleren, ook al leidt dat tot minder rendement. De basis van menselijke activiteit is niet competitie, maar samenwerking. De mensen hebben recht op basis veiligheid, op een menswaardig bestaan. Dat moet niet afhangen van de productiviteit.

Het zelfde geldt voor het milieu. Als we de markt vrij laten, zal hij uiteindelijk het milieu vernietigen en daarmee de basis van alle sociale activiteit. Vanuit een holistisch standpunt werkt de markt dan ook vreselijk irrationeel. De markt is een menselijk instituut dat gereguleerd en gecontroleerd moet worden.’‘

Bello ziet volop weerstand tegen de globalisering. ,,Verkiezingen in Frankrijk en protesten in Duitsland laten zien dat de mensen genoeg hebben van de vrije markt en het thatcherisme. Europa kan niet zomaar het Amerikaans economisch model overnemen zonder verregaande instabiliteit. Het belang van de bescherming van markten en de compromiscultuur tussen werknemers en werkgevers is duidelijk. Maar ik vraag me af of het Europese sociale marktmodel stand zal houden. Ook Japan staat nu onder grote druk.’‘

Een andere vorm van verzet ziet Bello bij de Islamitische fundamentalisten. ,, Voor een deel is de opkomst van het fundamentalisme te verklaren uit een protest tegen de globalisering die met het consumentisme een uniforme cultuur opdringt. Ze grijpen terug naar hun wortels en waarden, omdat ze voelen dat hun eigen identiteit en hun unieke samenleving gemarginaliseerd worden.’‘

Ingezakt
De weerstand van de zuid-oost Aziatische leiders is ver ingezakt, denkt Bello. ,,Die diende in de eerste plaats om de belangen van de elite te beschermen. Ze stelden de markt selectief open. Er mocht wel geïnvesteerd worden, maar de zogenaamde Aziatische waarden moesten in stand worden gehouden. Aziaten zouden meer waarde hechten aan hiërarchie en consensus dan aan democratie. Bull shit, natuurlijk. De geschiedenis van onze samenleving is er een van voortdurend toegroeien naar democratie. Dat verhaal diende alleen om aan de macht te kunnen blijven. Zij halen hun inspiratie helemaal niet bij Aziatische filosofen als Confusius, maar bij iemand als Thomas Hubbs, de kampioen van het autoritair conservatisme.’‘

Nog maar enkele maanden nadat Chuan Leekpai het IMF heeft binnen gehaald, lijken de voorspellingen van Bello al uit te komen. ,,De regering heeft het nu mogelijk gemaakt dat buitenlanders honderd procent eigenaar kunnen worden van Thaise ondernemingen. Tot voor kort mocht maximaal de helft van de aandelen in handen zijn van buitenlandse investeerders. Er cirkelen een heleboel aasgieren boven Bangkok die allemaal uit zijn op een koopje. Het is hen nu ook toegestaan grond te kopen. Tot nu toe kon een buitenlander alleen onroerend goed kopen. In Korea zie je dezelfde dingen gebeuren.’‘

Bello ziet een manier om te voorkomen dat zuid-oost Azië een groot wingewest wordt voor de Verenigde Staten en Europa. ,,Het geld van de IMF moet worden gebruikt om legitieme schulden af te betalen en niet om de verliezen te compenseren van investeerders die domweg slechte investeringen hebben gedaan. Zij zijn tenslotte medeverantwoordelijk voor de crisis. Daarnaast moet er terughoudend worden omgegaan met buitenlandse investeringen. De internationale kapitaalmarkt is al honderd keer groter dan de onderliggende economieen. Dat geld is altijd op zoek naar korte termijnwinst en verdwijnt even snel als het binnenkomt. Daarmee destabiliseert het complete economieen. Het zou goed zijn wanneer de plannen om belasting te heffen op internationale speculaties door zouden gaan.’‘

Belangrijker zijn de veranderingen in de binnenlandse politiek, denkt Bello. ,,Niet bouwen op buitenlandse investeringen, maar gebruik maken van de eigen middelen. Een economische groei van tien procent is een idioot streven. Het land moet voor de eigen markt produceren, ook al is import goedkoper. De overheid zou een progressief belastingsysteem moeten invoeren om tot inkomensnivellering te komen en landhervormingen doorvoeren…’‘

Hoewel de formele democratie volgens Bello een vooruitgang is ten opzichte van het autoritaire systeem, is het maar een tussenstap. ,,We moeten naar echte democratie waarin het volk de staat controleert. Het systeem is zijn legitimiteit kwijtgeraakt. NGO’s, en allerlei bewegingen die aan de basis ontstaan moeten hun kans grijpen en een sleutelrol opeisen. En dat doen ze nu ook. Ze organiseren de bewoners van de sloppenwijken en de boeren marcheren in protestmarsen vanuit de provincie naar Bangkok om de regering duidelijk te maken dat ze zo niet verder willen.”

“Maar het gaat niet alleen om politieke en economische hervormingen. Het gaat ook om een innerlijke hervorming, waarbij we ons bezinnen op onze behoeftes en op een morele en intellectuele integriteit. Wanneer we de schatten binnen in ons zelf ontdekken en een rijk emotioneel, intellectueel en spiritueel leven leiden, hoeven we onze waarde niet meer te ontlenen aan bezit en status’‘
Maar voorlopig klinkt ver weg het geraas van het verkeer op de snelwegen die het Buddhamonthon-park inklemmen; het lijkt in de verte op het gegrom van een tijger.

,


* * *