Zwaan kleef aan bij nanotechnologie · 18 november 2005

De ‘regio Eindhoven’ moet een mondiaal centrum voor nanotechnologie worden. Met EZ als ‘pushing partner’ slaan bedrijfsleven en wetenschappelijke instellingen de handen ineen om een ambitieus voornemen te realiseren en om subsidies te kanaliseren.

Gepubliceerd in Automatisering Gids, week 46, 2005.

In wat ooit de tempel van de technologie was, de stalen paddestoel het Evoluon in Eindhoven, waren begin november enterpreneurs, wetenschappers en ambtenaren bijeen voor de eerste National Pole de Competitivite Event. Een draak van een naam voor een buitengewoon interessante bijeenkomst. (Naar verluidt is het ook minister Brinkhorst die vasthoudt aan die onvertaalbare Franse term voor een dergelijke technologiecluster.) Philips, ASML en ASM-I namen op verzoek van minister Brinkhorst het initiatief om een geïntegreerd R&D programma te starten voor embedded software en micro- en nanotechnologie, de Pole de Competitivite (PdeC) voor nanoelectronics en embedded systems.

Tot 2011 goed voor een investering van vele miljarden euro’ s. In sneltreinvaart is een businesscase opgesteld en heeft Economische Zaken het plan omarmd. Begin 2006 starten de eerste gesubsidieerde onderzoekprogramma’ s. Tientallen partijen staan inmiddels op de deelnemerslijst. Het PdeC moet de regio rond Eindhoven, waarbij de straal van de cirkel pakweg 150 kilometer lang is zodat ook Twente, Delft, Leuven (IMEC) en Aken binnen de regio Eindhoven vallen, mondiaal op de kaart zetten als episch centrum voor nanotechnologie en embedded systems.

Bedrijven en overheden zijn van zins om de komende jaren pakweg 6 miljard euro te investeren en toch is er niet expliciet een ‘Return on Investment’ doelstelling geformuleerd voor het programma Pole de Competitivite, zegt Arthur van der Poel. “Wel een aannemelijke ambitie. Zoals Hollywood het centrum is voor de film, Londen voor de financiële wereld en Milaan en Parijs de centra zijn voor de mode, zo moet deze regio een mondiale centrum worden voor halfgeleiders en embedded systems. Er zijn pakweg tien van die regio’ s in de wereld, bijvoorbeeld rond Tokio, Sillicon Valley, en in Europa in het Franse Crolles en bij Dresden. Eindhoven moet daartussen komen.”

“Er zijn in dit stadium nog geen harde parameters gedefinieerd waarop het programma wordt afgerekend, wél meetbare kritische prestatie-indicatoren zoals universitaire deelname, deelname van MKB en bijvoorbeeld het aantal extra onderzoeksplaatsen bij de deelnemende bedrijven. Het is moeilijk om economische activiteit straks toe te rekenen aan een dergelijke investeringsbeslissing. Stel dat een internationaal bedrijf besluit om een vestiging in Veldhoven te beginnen kun je dat keihard toerekenen aan de oprichting van het Holstcentrum, de recent gestarte open werkplaats voor microtechnologie? Dat geldt voor alle wereldcentra, maar het is wel zo dat een modeontwerper met ambitie naar Parijs of Milaan trekt.”

Voor de goede orde, Van der Poel, voorzitter van Medea+ en lid van de Raad van Commissarissen van ASML tot PSV, en oud-Philips bestuurder, is ambassadeur van het PdeC

Filosofie
‘Zwaan kleef aan’ zegt Van der Poel als hij het over de organisatie heeft. Bij de pilot zijn inmiddels ruim veertig partijen betrokken: van de ‘founding partners’ tot de TU Delft en de Radboud universiteit, van LogicaCMG en TNO tot het Frauenhofer Gesellschaft.

De kwalificatie ‘pilot’ voor de activiteiten die begin volgend jaar beginnen komt voor rekening van Economische Zaken, zegt Van der Poel. “Zij hebben een nieuw subsidie-instrument en ook een nieuwe filosofie daarachter. Daarom is het voor hen een pilot. Wij spreken van het boegbeeld. De projecten die nu starten zijn grotendeels gebaseerd op idee’ n en partnerships die al voor bijvoorbeeld ITEA en Medea+ in ontwikkeling waren. Een vliegende start. In totaal gaat het om pakweg een vijfde tot een kwart van de totale programma-omvang van het PdeC tot 2011. Die ‘pilot’ start begin volgend jaar en loopt door tot 2009. Inmiddels zijn er verschillende projectvoorstellen ingediend bij SenterNovem die onder die pilot vallen, en die zijn in eerste aanleg goed ontvangen. Boegbeeld is begroot op 118 miljoen euro, waarvan pakweg de helft voor subsidiering in aanmerking komt. Dat komt neer op 15 miljoen euro per jaar. Voor het eerste jaar is geld gereserveerd bij EZ.”

De eerste aanzet tot het programma werd gezet toen enkele deelnemers van het Europese R&D-programma op gebied van microtechnologie, MEDEA+, bij minister Brinkhorst aanklopte om extra aandacht te vragen voor deze sector van de industrie. Samen gingen de partijen begin april op werkbezoek naar de Franse ‘Pole de Competitivite’ in Crolles bij Grenoble waar Philips op hetzelfde terrein samenwerkt met STMicroelectronics en Freescale. In Crolles participeren net als in het beoogde Nederlandse PdeC tientallen bedrijven en onderzoeksinstellingen.

Na het bezoek ging alles met een snelheid die niet des Rijks is. Brinkhorst toonde zich zeer enthousiast en vroeg Philips, ASML em ASMI een projectvoorstel te schrijven voor een Nederlandse PdeC. In een vervolgtraject hebben EZ-ambtenaren en vertegenwoordigers van de bedrijven de plannen verder uitgewerkt. Het nieuwe subsidiebeleid van EZ past de PdeC dan ook als een maatkostuum.

Roer omgooien
Willem Zwalve is bij EZ sinds een paar maanden verantwoordelijk voor het nieuwe subsidiebeleid als directeur project directie innovatieve programma’s. Hij legt zijn gehoor in het Evoluon uit dat de nieuwe innovatiepolitiek het roer radicaal omgooit: niks meer gieteren op allerlei zwakke plantjes, maar kiezen voor krachtige sectoren waarin we voorop lopen, de sleutelgebieden zoals het Innovatie Platform die vastgesteld heeft. ‘De subsidie moet een impact hebben, het verschil maken.’ Bovendien doet het Rijk meer dan alleen geld fourneren. Als de belangrijke spelers elkaar vinden in een publiek-private samenwerking en er een ‘roadmap’ is, een gemeenschapelijke visie en ‘commitment’ , dan is EZ partner in het team. Het pakt de administratieve lasten aan, vereenvoudigt desnoods wetgeving, ontfermt zich over spin-off’ s en regelt onderzoeken, studies en uitwisselingen.

Alles schuift als Russische matroesjka poppetjes in elkaar: een project past in een programma en dat past weer in een sleutelgebied. PdeC is een programma binnen het sleutelgebied ‘high tech systems and materials’ . De deelnemers kloppen met hun projectvoorstellen aan bij SenterNovem die dan in de innovatieomnibus naar de geschikte subsidieinstrumenten zoeken. In deze innovatieomnibus zijn een hele rits bestaande regelingen zoals Innovatieve Samenwerking, ITEA en MEDEA+ samengevoegd en de deskundige verstrekkers van SenterNovem kunnen er een subsidie op maat uit samenstellen: een onsje ITEA en nog een paar eurotonnetjes van STW en IOP. Althans dat is de bedoeling, want de PdeC is zoals gezegd het proefkonijn voor dit nieuwe ‘innovatie-instrument’ .

Naast de PdeC starten er in 2006 ook pilots op andere door het innovatieplatform vastgestelde sleutelgebieden ‘water’ (spreek uit: wotter) en ‘flowers and food’ . Zwalve heeft voor de komende jaren voor de verschillende projecten 250 miljoen euro beschikbaar. “Driekwart uit bestaande potjes en fondsen, zoals het Fonds Economische Structuurversterking (FES) en de middelen voor de Technologiche Top Instituten (TTI’ s), en een kwart nieuw geld.”

Overigens blijkt het uiteindelijk nog niet zo eenvoudig uit te puzzelen hoeveel er geld er precies beschikbaar is en waar het vandaan komt. Al was het alleen maar omdat ‘Brussel’ het nieuwe subsidiebeleid nog moet goedkeuren en Brinkhorst zijn collega Zalm nog niet aan de haak geslagen heeft. Een EZ-woordvoerder meldt dat voor de pilots van de PdeC 58 miljoen euro beschikbaar moet komen en dat de projectvoorstellen ook meedingen in de extra FES-ronde van 141 miljoen euro waarvoor 56 projecten van allerlei pluimage zich hebben aangemeld en waarvan er nog twintig over zijn na een voorselectie. Het Innovatie Platform deelt deze cadeautjes uit twee dagen na de Goed Heiligman tijdens de Nationaal Innovatie Event. In de PdeC- begroting zoals die in het Evoluon wordt gepresenteerd is overigens voorzien in een bijdrage van 750 miljoen euro van EU en de Nederlandse overheid voor het gehele programma. De bedrijven investeren in totaal 5,5 miljard in R&D in deze sectoren in diezelfde periode, waarvan een klein miljard in de PdeC-projecten.

Kanaliseren
Als de pilot vooral realisatie van al bedachte plannen en partnerships behelst, is de PdeC dan niet vooral een manier om geldstromen te kanaliseren? Dat speelt mee, geeft Van der Poel toe, maar ‘de deelnemers geloven oprecht in de goede zaak’ . “Programma’ s als ITEA en MEDEA liepen de afgelopen jaren iets terug, maar sinds het rapport van de commissie Kok waarin duidelijk de economische noodzaak van innovatie wordt onderstreept is er weer wat meer steun. De projecten die in de PdeC ontwikkeld zullen worden, zouden wellicht anders ook wel worden aangepakt maar de vraag is met wie en waar en wanneer. Misschien wel met Aziatische partners buiten de Europese Unie of jaren later. Nu gebeurt met de partner om de hoek met een agressieve planning waardoor uiteindelijk de vindingen na drie in plaats van vier jaar gereed komen.”

Maar er is nog meer hogere subsidiekunde nodig om de PdeC te kunnen plaatsen. Het werkveld van de PdeC valt helemaal samen met dat van de Europese Eureka-programma’ s MEDEA+ en ITEA, respectievelijk subsidieprogramma’ s waarbij, kort door de bocht, een Europees stempel nodig is om nationaal geld op te halen voor onderzoek op het gebied van microelektronica en halfgeleiders, en embedded software. De Europese Commissie wil veel meer vaart maken met R&D en wil het subsidie instrumentarium gaan uitbreiden. Het zevende Kaderprogramma, waarvan de kas als het aan de Europese Comissie ligt met meer dan 30 miljard euro gevuld wordt, krijgt nieuwe samenwerkingsverbanden zoals European Technology Platforms (ETP’ s) en Joint Technology Initiatives (JTI’ s).

Zonder te diep in de Brusselse spelonken af te dwalen komt het erop neer dat de Philipsen en ASML’ s van deze wereld willen dat ITEA en MEDEA+ op gaan in de respectievelijke JTI’ s Artemis (emis is afgekort Embedded Intelligence and Systems) en ENIAC (waarbij de N voor nanotechnologie staat). Dat zou praktisch betekenen dat er bovenop het Nederlandse geld nog een bijdrage uit Brussel bij zal komen, en dat nationale overheden onder dreiging van een lagere bijdrage uit Brussel niet meer zomaar hun bijdrage aan de ITEA- en MEDEA+-deelnemers uit eigen land kunnen weigeren uit te keren. Italië is zo’ n notoir wanbetaler, maar ook Duitsland en, de laatste twee jaar, Nederland houden regelmatig de hand op de knip.

, , ,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp