Avonturen met Zyban deel 3 · 4 maart 2000

Het is een wonder

Mijn voornemen was om nauwgezet verslag te doen van alles wat ik tegen kwam nadat ik met roken was gestopt. Ik wilde vertellen over afkickverschijnselen, over hoe moeilijk het was om me ergens op te concentreren, hoe ik de hele dag aan een sigaret zat te denken. Ik stelde me voor dat ik minder snel zou capituleren wanneer de mensen als het ware over mijn schouder meekeken.

Maar het kwam er niet van. Ik ben al bijna drie weken gestopt met roken en ik ben ‘t zelf al bijna vergeten. Nou ja, ik overdrijf. Het schiet me af en toe te binnen wanneer ik iemand zie roken of wanneer in de trein een sliert rook langs een dichtzwaaiende glazen deur de niet-roken coupe binnenglipt.
Ik denk nauwelijks aan een sigaret, ik verbaas me hooguit over de zure lucht die rokers met zich mee dragen. Het ruikt niet zozeer naar tabak. Het is alsof er in het lichaam iets chemisch met de ingeademde rook gebeurt . Rokers ruiken naar peuken die een dag in een halfleeg bierflesje hebben gedreven.

Ik ben gestopt met roken en ik heb er nauwelijks last van. Dat was bij eerdere stoppogingen wel anders. Ik rookte in mijn dromen en als ik wakker was hing er overal sigaretjesbehang aan de muur. Koffie drinken bij vrienden, een avond naar de film.. niets was meer leuk zonder sigaret erbij. De zin van het leven, zo bleek, dat was de sigaret.

Afgelopen zomer heb ik nog een serieuze poging gewaagd om te stoppen. De eerste week verbleven we in een slaaphuisje op palen op het strand. ‘s Ochtends wakker worden met het gekrijs van de meeuwen, en de golven die bij hoog water tot op enkele meters van het huisje rolden. Die week hield ik het vol. Elke keer als de zucht te groot werd, dook ik in de branding of begon ik aan een tunnel naar China.
De maandag van de tweede week zat ik achter de pc. Twee dagen voor de deadline, ik keek naar het scherm met mijn handen op het toetsenbord. Maar er gebeurde niets, geen woorden, zelfs geen letters verschenen er op het scherm.

Op woensdag, een paar uur voor de deadline verstreek, liep ik naar de BuurtSuper en kocht een pakje Marlboro. God, wat een diepe bevrediging schonk die eerste sigaret. Alsof ik een handvol pinda’s was, in plastic vacuum gezogen, waar eindelijk iemand de schaar in zette. Daarna die in golven opkomende duizeling gevolgd door de tinteling die tot in de vingertoppen doortrekt..alsof je centimeter voor centimeter weer tot leven wordt gewekt: I am back. Ik ging zitten en ik tikte in anderhalf uur een prima artikel.

Deze keer heb ik geen moeite om me op mijn werk te concentreren. Ik zit achter de computer op de redactie en de woorden rollen onder mijn vingers vandaan. Een enkele keer, tijdens een lang telefoongesprek, overvalt me de gedachte aan een sigaret. Bellen en roken hoorden bijelkaar. Ik was gewend om tijdens een telefonisch interview een soort stoelendans te spelen met twee handen en drie voorwerpen: de hoorn, de pen en de sigaret.

Het is een wonder, het is bijna alsof ik nooit gerookt heb. Zyban werkt, dat is buiten kijf. Ik hoop alleen niet dat dit wonder in duigen valt wanneer de Zyban-pillen op zijn en het dopamineniveau in mijn hersenen weer naar normaal peil zakt.

Terug naar het eerste deel van Avonturen met Zyban


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp