Spagaat tussen openbaarheid en vertrouwen · 15 december 2010

Het Brabantse college van GS reageert fel op de kritiek van de Zuidelijke Rekenkamer dat het de Provinciale Staten onjuist heeft geïnformeerd bij de Essent-verkoop. De Rekenkamer, die het verkoopproces onderzocht in opdracht van PS, baseert zich volgens het college op ‘feitelijke onjuistheden’ en een ‘willekeurige selectie van meningen’. Statenleden van oppositie én coalitie scharen zich achter de Rekenkamer.

Gepubliceerd in Provincies, december 2010.

December is traditioneel de maand van vrede en verzoening, en vooral veel opgenomen vrije dagen, in de provinciehuizen. Zo niet in Den Bosch. College en Statenleden slijpen de messen voor het debat op 17 december over het onderzoek dat de Zuidelijke Rekenkamer deed naar de gang van zaken bij de verkoop van de Essent-aandelen tussen juni 2008 en september 2009.

De Rekenkamer, die alle betrokkenen bij de provincie en bij Essent interviewde en kasten vol documenten bestudeerde, is niet mals in zijn kritiek op het college van GS. Het college echter herkent zich niet in de kritiek en verwijt de onderzoekers ervan dat zij hun conclusies niet onderbouwen en verantwoorden. ‘Het college kan PS en de Brabantse burgers recht in de ogen kijken waar het gaat om zowel het proces als de opbrengst van de verkoop van de aandelen van Essent’, zo valt te lezen in de bestuurlijke reactie op het Rekenkamer-rapport.

De Rekenkamer verwijt Gedeputeerde Staten dat zij PS in de waan hebben gelaten dat zij de verkoop konden tegenhouden. Echter, toen PS tegen de verkoop stemde, bleven de inspanningen van GS gericht op verkoop van de aandelen.
De Rekenkamer concludeert dat Essent de touwtjes stevig in handen had en het proces richting verkoop van het bedrijf heeft gedirigeerd.
Ook als het ging om de informatieverstrekking aan PS liet de provincie zich leiden door Essent. Vragen van de Statencommissie werden soms door Essent beantwoord en vervolgens in het format van de provincie gegoten ‘als ware het antwoorden van GS’.

De door Essent opgelegde geheimhoudingsplicht werd te gemakkelijk gehanteerd en onnodig opgerekt waardoor de controlerende rol van PS in belangrijke mate werd ingeperkt.
De 80 procent-clausule (zie kader1) domineerde het debat. Op 31 maart 2009 verzekerde GS de Staten nog dat de verkoop niet zou doorgaan als de provincie haar aandelen niet zou aanbieden. Onjuist volgens de Rekenkamer; de conceptovereenkomst voorzag alleen in een verplichting tot aankoop door RWE bij 80 procent. Dat gedeputeerde Moons tijdens het debat op 15 mei opmerkte dat zij pas die dag had gehoord dat de verkoop ook door kon gaan bij minder dan 80 procent, staat volgens de Rekenkamer op gespannen voet met een beslisdocument voor GS van 8 mei waarin dit als reëel scenario wordt aangegeven.

Willekeurig
Het college geeft in de bestuurlijke reactie aan zich niet te herkennen in de conclusies. De Rekenkamer geeft documenten, adviezen en verslagen weer zonder dat die worden toegelicht of geanalyseerd. Uit de afgenomen interviews is een ‘betrekkelijk willekeurige selectie van meningen’ opgenomen. De conclusie van de Rekenkamer dat GS de Staten bewust verkeerd geïnformeerd zou hebben over de 80 procents aanbiedingsgrens is ongegrond. Weliswaar had het college na het ‘nee’ van de Staten op 24 april uitgezocht dat RWE ook eventueel met minder dan 80 procent genoegen kon nemen, maar pas uit een brief van RWE op 15 mei werd duidelijk dat het energieconcern deze optie ook werkelijk wilde overwegen.

GS vindt ook dat de Rekenkamer voorbij is gegaan aan de bestuurlijke, economische en maatschappelijke context. Bovendien werd er vanuit de samenleving én ‘Den Haag’ flink druk op de ketel gezet. “Dat er in dit intensieve complexe proces met vele partijen dingen anders gaan dan je van te voren bedenkt, is onvermijdelijk,” zegt gedeputeerde Lily Jacobs namens GS. “Als dat tot onduidelijkheden of misvattingen bij partners heeft geleid betreuren wij dat. We zaten in een spagaat tussen openbaarheid van bestuur en vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens. We zijn er echter van overtuigd dat we de Staten tijdig, adequaat en juist hebben geïnformeerd met heldere doelen, kaders en spelregels vooraf.”

Volgens Jacobs is het uiteindelijke doel zoals dat door PS was vastgesteld2, gehaald. “We zijn geen aandeelhouder meer van een commercieel energiebedrijf, dat internationaal opereert, met alle gevolgen en risico’s van dien. We hebben de aandelen verkocht voor een goede prijs aan een partner die aan de door PS gestelde kaders voldeed. En het netwerkbedrijf blijft in handen van de overheid, geborgd door landelijke wetgeving.”

Teleurstellend
Mieke Geeraedts, fractievoorzitter van de VVD is verbaasd dat GS het rapport ondeugdelijk vindt. “Ik vind dat zeer teleurstellend. Voor onze fractie is het rapport zeer herkenbaar. Wat meer deemoedigheid was op zijn plaats geweest.”
Op één punt is Geeraedts, zelf jurist, het niet eens met de Rekenkamer. “De Rekenkamer stelt dat de concept-overeenkomst van begin af aan ruimte liet voor een overname bij minder dan 80 procent. In een ander artikel echter was vastgelegd dat als op een bepaalde datum geen 80 procent van de aandelen zou zijn aangeboden, de overeenkomst zou worden ontbonden.”

Geeraedts meent dat de overeenkomst is gewijzigd. “Van begin af aan stond vast dat GS wilde verkopen. Gedeputeerde Onno Hoes zei zelf in de krant: ‘we verkopen toch!’. Het college had onze motie naast zich neer kunnen leggen, maar dan hadden ze na een motie van wantrouwen moeten opstappen. Toen hebben ze een aanhangsel gemaakt bij het contract dat verkoop mogelijk maakte.”

Ondanks de opbrengst van ruim 2 miljard euro voor Brabant (“Een prima opbrengst volgens onze adviseurs!”) spijt het Geeraedts dat Essent verkocht is. “We hebben altijd gezegd: ‘je moet het tafelzilver niet verkopen’, zeker als er geen ‘level playing field’ is. De andere landen hebben de splitsingswet niet doorgevoerd. Essent wilde bovendien op duurzaam koersen. RWE heeft toegezegd die duurzame plannen over te nemen, maar dat was juridisch ‘windows dressing’.”

Geheimhouding
Ook de fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij SP, Nico Heijmans, begrijpt de reactie van GS niet. “Het is een gedegen onderzoek met duidelijke conclusies. Bijvoorbeeld als het gaat over die geheimhouding. We kregen onbegrijpelijke juridische stukken te lezen, in het Engels en met allerlei verwijzingen. Dan zat je met allerlei vragen, maar die kon je aan niemand stellen vanwege de geheimhouding.”

“Er zijn dingen gebeurt waarvan ik zeg, zo mag het dagelijks bestuur niet met de volksvertegenwoordiging omgaan. Het is dat de direct betrokkenen, de toenmalig gedeputeerden Moons en Hoes, en de commissaris van de Koningin Hanja Maij-Weggen inmiddels allemaal zijn vertrokken. Anders zouden we bij de Statenvergadering van 17 december een motie van wantrouwen in hebben gediend. Nu houden we het op een motie van afkeuring. Al weet ik nog niet of we daar ook een meerderheid voor mee krijgen, tenslotte zijn er over enkele maanden verkiezingen.”

Volgens Heijmans is het tijd om de rollen van GS en PS duidelijk vast te stellen. “We hebben nu vier jaar ervaring met wat we hier samenwerkingsdualisme noemen. Ik heb nog nooit zoveel monisme meegemaakt. We hebben nu ‘benen-op-tafel gesprekken’, Staten-dagen, extra vergaderingen en allerlei bijeenkomsten om vanaf het begin bij beleidsontwikkeling betrokken te zijn. Dan ga je een soort fuik in. Vorige maand hadden we een discussie over de investeringsagenda, wat doen we met het geld van Essent. Niemand in PS wist meer precies hoe het zat. ‘Dat hadden we toch al besloten?’ ‘Nee, dat was geen besluitende vergadering.’ De rollen van GS en PS verwateren. We moeten duidelijke rollen afspreken. Net zoals we dat vooraf bij de verkoop van Essent hadden moeten doen. ‘GS als een meerderheid van de Staten tegen verkoop is, legt u zich daar dan bij neer of niet?’”

1 Een korte geschiedenis

In de nota Nutsvoorzieningen stelden Provinciale Staten in 2000 vast dat er door landelijke wetgeving op termijn geen rol was voor de provincie als aandeelhouder in een nutsbedrijf. Op 27 juni 2008 gaf PS groen licht aan Essent om op zoek te gaan naar een partner. Op 1 juli 2008 trad de Wet Onafhankelijk Netbeheer, de splitsingswet, in werking, die bepaalt dat vanaf 2011 netwerk en distributie in afzonderlijke ondernemingen moeten worden ondergebracht. Essent wordt opgesplits in het commerciële leverings- en productiebedrijf Essent en netwerkbedrijf Enexis. Nadat met meerdere energiebedrijven is onderhandeld komt het Duitse energieconcern RWE als kandidaat koper uit de bus. Op 24 april 2009 meldt GS aan PS dat het de aandelen in Essent wil verkopen aan RWE. Een kleine meerderheid van de Staten echter, stemt voor een motie tegen de verkoop aan RWE. Omdat volgens het contract de verkoop alleen door zou gaan als RWE 80 procent van de aandelen heeft, speelde Brabant als grootste aandeelhouder met 30,8 procent een sleutelrol. Op een Statenvergadering van 15 mei echter meldde GS dat RWE de overname ook door kon zetten bij minder dan 80 procent. In dat scenario zou Brabant als minderheidsaandeelhouder achterblijven in een commerciële marktpartij. Reden voor de VVD-fractie om overstag te gaan en voorstanders van verkoop aan een meerderheid te helpen.Voorafgaande aan een ‘verantwoordingsdebat’ op 5 juni 2009 hing een motie van wantrouwen in de lucht omdat de verantwoordelijk gedeputeerde Annemarie Moons (PvdA) de Staten zou hebben misleid over de 80 procent-clausule. Moons wist een meerderheid van PS ervan te overtuigen dat ze integer gehandeld had. De motie was van tafel, een Rekenkamer-onderzoek moest lering verschaffen.

2 Deelnemingen

Het Brabantse college van GS neemt wel een aantal aanbevelingen over die de Zuidelijke Rekenkamer doet naar aanleiding van het onderzoek. “Wij willen lering trekken uit het proces,” zegt verantwoordelijk gedeputeerde Lily Jacobs. “De leerpunten verwerken we in de Nota Deelnemingen die nu in voorbereiding is. De hoofdlijnen gaan over hoe om te gaan met de hoeveelheden en gedetailleerdheid van informatie, de rollen van GS en PS en hoe die bewaakt worden. Welke afspraken zijn er nodig over kaders en verantwoordelijkheden. Wat zijn wensen en bedenkingen, zoals genoemd in de Provinciewet, en wat kun je daarmee.”
De Provinciewet legt de bevoegdheid tot het besluiten van deelneming in bijvoorbeeld vennootschappen bij Gedeputeerde Staten. Ontwerpbesluiten moeten echter aan Provinciale Staten worden toegezonden zodat die hun ‘wensen en bedenkingen’ aan GS kenbaar kunnen maken.
De provincie Noord Brabant participeert onder andere in de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), de Brabantse Herstructureringsmaatschappij Bedrijventerreinen, Brabant Water, energiebedrijf Delta, Energy Resourch Holding en het van Essent afgesplitste netwerkbedrijf Enexis.

, ,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp