De run op Borssele · 13 maart 2011

De in onmin levende ‘provinciale’ energiebedrijven Delta en ERH willen allebei een eigen nieuwe kerncentrale bouwen naast de bestaande centrale in Borssele. Economische Zaken trekt de kar met een Rijkscoördinatieregeling. De provincie Zeeland rest een ondergeschikte rol en is bovendien in meerderheid voor. De vraag is of er plek is voor twee nieuwe kerncentrales.

Kolencentrale en kerncentrale in Borssele

Gepubliceerd in ROMagazine, maart 2011

Voor het eerst in decennia staat het sein in Den Haag op groen voor kernenergie. Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ziet ruimte voor twee nieuwe kerncentrales. Het Zeeuwse energiebedrijf Delta, in handen van de provincie Zeeland en een aantal Zeeuwse gemeenten, heeft medio 2009 een startnotitie ingediend als eerste stap in een vergunningaanvraag. In 2013 denkt Delta met een definitieve vergunning te kunnen gaan bouwen naast de bestaande kerncentrale in het Sloegebied in Borssele. Eind 2018 moet de kerncentrale operationeel zijn.

Energy Resource Holding (ERH), de erven van het aan de Duitse energiereus RWE verkochte Essent, heeft in september 2010 ‘een mededeling gedaan van het voornemen tot de bouw’ (startnotitie volgens de nieuwe wet RO) van een nieuwe kerncentrale op dezelfde locatie. ERH denkt in 2019 de eerste kernen te kunnen splitsen.

Delta en Essent exploiteerden samen de bestaande kerncentrale. De rechter verbood in een door Delta aangespannen rechtzaak de overdracht van het Essent-aandeel in de kerncentrale aan RWE. De aandeelhouders (een aantal provincies en gemeenten met Noord-Brabant, Limburg en Overijssel als grootste partijen) bleven achter met een halve kerncentrale.

Voorwaarde voor een vergunning is een sluitende business-case. Delta en ERH kunnen dat niet alleen. Delta start een joint development company met het Franse EDF (grotendeels in handen van de Franse staat en exploitant van 82 kerncentrales) en RWE staat op de achtergrond klaar om in te stappen als ERH aan de slag gaat.

Vóór
Het Zeeuwse provinciebestuur en de Provinciale Staten zijn verdeeld maar in meerderheid voor een nieuwe kerncentrale. Logisch wellicht omdat de provincie met 50 procent van de Delta-aandelen er dividend van gaat plukken. De Zeeuwse gedeputeerde Harry van Waveren nuanceert dat beeld. “Wij hebben in principe geen bezwaar, maar voor de beoordeling is een business-plan nodig waaruit een fatsoenlijk rendement blijkt. Het is spannend of dat gaat lukken. Uit een recent OESO-rapport blijkt dat vrijwel alle kerncentrales met overheidssteun draaien.”

Het Sloegebied in Borssele is één van de drie in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening aangewezen ‘waarborglocaties’ voor kernenergie. Borssele heeft op de andere locaties, de Eemshaven en de Maasvlakte, voor dat er al een kerncentrale staat en dat de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) er gevestigd is. Bovendien is er ‘maatschappelijk draagvlak’. Volgens een NIPO-enquete in opdracht van Delta vindt 59 procent van de Zeeuwen uitbreiding ‘aanvaardbaar’.

De Rijkscoördinatieregeling moet de besluitvorming stroomlijnen en versnellen. Daartoe worden alle benodigde vergunningen en procedures getrokken door Economische Zaken. Aan de milieueffectrapportage voor Delta en ERH worden dezelfde eisen gesteld omdat de plannen nauwelijks van elkaar verschillen. De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inpassing ligt bij de Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Zij moeten een inpassingsplan opstellen met een afzonderlijke milieueffectrapportage. Ingenieursbureau Arcadis heeft onderzoek gedaan naar de inpasbaarheid. Half maart wordt hierover verslag uitgebracht.

Koelwater
Een grote rol speelt de beschikbaarheid van voldoende koelwater. De bestaande kerncentrale, maar ook de naastgelegen kolencentrale en de recent opgeleverde gascentrale, maken voor doorspoelkoeling gebruik van Westerscheldewater. Of ook het koelwater van twee nieuwe centrales in de Westerschelde geloosd kan worden, zonder dat het Natura2000-gebied daar onder lijdt, is de vraag.

Het alternatief zijn koeltorens van pakweg 170 meter hoog. Een dergelijke ingrijpende horizonvervuiling is volgens het provinciale omgevingsplan in toeristisch Zeeland niet toegestaan.

Maar de provincie heeft daar niets meer over te zeggen. Van Waveren: “Het Rijk heeft het laatste woord met het rijksinpassingsplan. We kunnen eventueel beroep aantekenen, maar als deze projecten onder de Crisis- en Herstelwet worden gebracht, vervalt ook de beroepsmogelijkheid.”

Hoogspanningsnet
De enorme hoeveelheid elektriciteit (5000 MW) die de geplande kerncentrales samen opwekken moet naar het landelijk hoogspanningsnet worden vervoerd. De capaciteit van de huidige hoogspanningsverbinding is met de bestaande kerncentrale (500MW), de kolencentrale (480 MW) en de gascentrale (800 MW) volledig in gebruik.

Netwerkbeheerder Tennet denkt echter ruim voordat een eventuele nieuwe kerncentrale wordt opgeleverd, de aanleg van een nieuwe hoogspanningsverbinding van 380 kiloVolt van Borssele naar West-Brabant af te ronden. Vorig jaar zijn de milieueffecten van zes mogelijke tracé’s voor ‘elektriciteitssnelweg Zuid West 380kV’ onderzocht en binnenkort wordt het definitieve tracé bekend gemaakt.
Ook voor ZuidWest 380kV geldt de Rijkscoördinatieregeling. De provincie heeft geen zeggenschap over het trace, maar Van Waveren weet wel dat de optie dwars door Nationaal Park de Oosterschelde van tafel is.

Als het gaat om de beschikbare ruimte in het Sloegebied lijkt echter ook de Rijkscoördinatie tegen fysieke grenzen op te lopen. “Er is ruimte voor één nieuwe centrale”, zegt Van Waveren. “Maar twee wordt moeilijk. Het Sloegebied is in beheer bij Zeeland Seaports en de kernfunctie is havengebied. Een deel van de ruimte wordt gereserveerd voor de geplande container terminal. Het beschikbare gebied is misschien wel groot genoeg voor twee nieuwe centrales maar gedurende de bouwperiode is een aanzienlijk groter oppervlakte nodig. Dat betekent dat volgtijdigheid een belangrijk aandachtspunt is.”

Met andere woorden: de twee centrales kunnen waarschijnlijk niet tegelijkertijd worden gebouwd. Het is niet aannemelijk dat een van de twee partijen zijn plannen vrijwillig in de ijskast zet voor de vijf jaar die de bouw duurt. Dus kan er maar één winnaar zijn. “Ik ben dan ook zeer nieuwsgierig hoe het selectieproces zal verlopen”, zegt Van Waveren.

Eerder heeft Economische Zaken al laten weten dat vergunningen niet worden uitgegeven volgens het principe ‘wie het eerst komt…’. De plannen zijn vrijwel identiek. Als de business-cases aan elkaar gewaagd zijn, wordt het een kwestie van lobbyen. ERH lijkt dan met zwaargewichten Brabant en Limburg kansrijker bij het ministerie van EL&I, dat tegenwoordig met zachte ‘g’ geleid wordt.

, , , ,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp