Draagvlak voor verandering · 2 juli 2010

In het zicht van de verkiezingen was het middenbestuur een favoriete kop van Jut in de polemiek. De provincies konden wel worden opgeheven of op zijn minst herverdeeld en uitgekleed. Zij trekken het initiatief weer naar zich toe en ze tekenen hun ambities op in het Profiel Provincies. Jan Franssen, commissaris van de Koningin in Zuid-Holland en voorzitter van het Interprovinciaal Overleg, verwacht een uitnodiging van de informateur om die ambities te bespreken.

Gepubliceerd in Provincies, juni 2010

Kort voor zijn vertrek naar China, waar hij namens de provincie een regeringsprijs in ontvangst gaat nemen vanwege de succesvolle provinciale jumelage met de provincie Hebei, wil Jan Franssen in het Haagse provinciehuis bij een glaasje witte wijn (‘Het is na vijven.’) wel uitleggen wat die ambities inhouden.

Eén dag na de verkiezingen is nog onduidelijk welke coalitie straks de dienst uitmaakt, maar een opheffing van de provincies zoals de werkgroep Kalden als mogelijk alternatief voorstelde, staat zeker niet in een komend regeerakkoord.

“Daar heb ik me nooit zorgen om gemaakt. Daarvoor is een grondwetswijziging nodig, bovendien is er niemand die dat echt wil. In provincieland is wel degelijk draagvlak voor een aanpassing van het profiel van de provincies. Mét Kalden heerst daar breed de opvatting dat het met de bestuurlijke drukte in Nederland een stuk minder kan. Dat kan op twee manieren. Kwantitatief kunnen we over de hele linie wellicht met minder bestuur toe, zowel in de politieke als bestuurlijke gremia. Waarbij geldt dat het Rijk eerst maar eens naar de eigen organisatie moet kijken want alleen maar sleutelen aan de mede-overheden heeft niet zoveel zin. Een grotere urgentie echter heeft naar mijn gevoel een kwalitatieve herordening van taken en verantwoordelijkheden.”

De discussie over bestuurlijke herindeling werd in eerste instantie over de hoofden van de provincies heen gevoerd. Hebben zij met het ‘Profiel Provincies’ getracht het initiatief weer naar zich toe te trekken?

“Allereerst willen we een tekort aan kennis opvullen. Er wordt veel over de provincies gesproken door mensen die geen scherp benul hebben wat provincies nu wel of niet doen. Bij de invulling van het Profiel zijn we verder gegaan op de route die we met ‘Lodders’ en het bestuursakkoord Rijk -provincies hebben ingezet, waarbij het middenbestuur zich ontwikkeld tot de regionale gebiedsautoriteit op ruimtelijk en economisch gebied. Voor de verdeling van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben we teruggegrepen naar het rapport Geelhoed, waarin deze helder beschreven worden vanuit het perspectief dat de nationale identiteit steeds vager wordt en de regionale identiteit een steeds scherper accent krijgt, ook in internationaal verband. De provincies moeten de ruimte krijgen om die regionale identiteit te ontwikkelen. Versobering van openbaar bestuur en het maken van een efficiëntieslag zullen op de agenda staan van een nieuw kabinet. Dan moeten we om de tafel over een nieuw bestuursakkoord: daarbij is het Profiel Provincies onze inzet. Ik ga er overigens van uit dat gemeenten en provincies, zoals afgesproken in de code interbestuurlijke verhoudingen, in een later stadium worden uitgenodigd door de informateur! ”

Het Profiel gaat uit van versterking van het bestuur door decentralisatie, herschikking en vereenvoudiging. Om de ambities als gebiedsregisseur waar te kunnen maken moeten de provincies beschikken over voldoende taken, bevoegdheden en bestuurlijke bewegingsruimte.

“Wij willen de zaken sneller en beter tot stand laten komen dan onder de huidige omstandigheden mogelijk is. Dat betekent ook een einde maken aan gepolder en overleg zodra die niet meer leiden tot verbetering van resultaten. Dat betekent dat als het Rijk een opdracht geeft dat die zich er niet op elk willekeurig moment weer mee gaat bemoeien. Dat betekent ook dat er wellicht instanties moeten worden overgeheveld van het Rijk naar een nieuw middenbestuur. Denk aan de Dienst Landelijk Gebied en onderdelen van Rijkswaterstaat. Mocht dat niet mogelijk zijn, bijvoorbeeld omdat je daarmee specifieke expertise en kennis uit elkaar trekt, dan moeten de mede-overheden er een gelijke zeggenschap over krijgen. Ik denk overigens dat als we dergelijke instituten ontmantelen en opsplitsen over de regio’s dat dat er dan minder zullen zijn dan twaalf. De provincies moeten bereid zijn na te denken over wat uit het oogpunt van kwaliteitsoptimalisatie en effectiviteit de best denkbare organisatievorm is. Het voorstel van de drie noordelijke provincies om bijvoorbeeld de watertaken van de Waterschappen en Rijkswaterstaat in de regio te bundelen met het eigen waterbeheer tot één blauwe dienst past in die filosofie.”

Het Profiel Provincies gaat uit van interprovinciale samenwerking in wisselende en uiteenlopende verschijningsvormen. Als het gaat om de Randstad dan is vrijwillige samenwerking volgens bijvoorbeeld ‘Kalden’ niet voldoende. Er is sprake van urgentie: de Randstad moet heringedeeld worden.

“Wij hebben als Zuid Holland geen vooringenomen standpunt. Wat is urgent? Ik vind de analyses vaak boterzacht en flinterdun. Vooral de provincies buiten de Randstad kijken gretig naar de Randstad omdat ze denken dat daar de problemen opgelost moeten worden. Alsof bestuurlijke drukte vooral een zaak is van de Randstad. De herijking van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en de daarmee samenhangende schaalvoorwaarde komt op termijn ook op de andere provincies af. De herinrichtingsvraag in de Randstad raakt Rijk, provincies, stadsregio’s en gemeenten. Of we naar één Randstad-provincie moeten, of naar een Noord- en een Zuidvleugel… In mijn optiek kun je dit gebied mijn zijn grote steden, zijn hoogwaardige kennis en culturele infrastructuur en zijn strijd om open ruimte het beste op de toekomstige uitdagingen prepareren door de gedachte van de Deltametropool echt vorm te geven. Daarbij komen steden en open gebied in één bestuurlijke hand.”

In de discussie over bestuurlijke herinrichting werpen zowel VNG als de provincies begerige blikken naar de Waterschappen.

“Ik heb al eerder voorspeld dat de politisering van het waterschapsbestel een discussie over de toekomst van de waterschappen los zou maken. Hoe eerder we van dat verkiezingsgedoe af zijn hoe beter. De waterschappen moeten zich weer ten volle op hun kerntaken richten: zorgen dat we met droge voeten achter de dijken zitten en het beheer van waterkwantiteit en waterkwaliteit. De positionering van de waterschappen moet worden meegenomen in de totale herschikkingsoverwegingen. Hoe die totale herordening er uiteindelijk uitkomt te zien moet tijdens de kabinetsformatie worden ingevuld. Ik ben dan ook niet voor het plan van de Raad voor het openbaar bestuur om een assemblee van Thorbecke met bestuurders en belangen- en maatschappelijke organisaties daarover te laten beslissen. De regering wordt geacht te regeren en politici moeten knopen doorhakken. En als dat niet tijdens de formatie gebeurt dan moet er een minister komen met een mandaat daartoe. Er is geen reden daar lang mee te wachten. De discussies worden al zo lang gevoerd dat iedereen wel weet welke mogelijke oplossingen er op tafel liggen.”

,


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp