Provincies in crisis · 4 maart 2009

Zich bewust van hun beperkte rol in de regionale economie proberen de provinciebesturen vooral andere partijen op sleeptouw te nemen om samen de crisis het hoofd te bieden. In Limburg, waar de hardste klappen vallen, klinkt het bovendien door berg en dal: ‘Koopt Limburgse waar!’

(Gepubliceerd in Provincies, nummer 2 februari 2009)

Herman Vrehen, de Limbursge gedeputeerde met onder andere economie en innovatie in de portefeuille, wil de ophef over deze milde vorm van provinciaal protectionisme relativeren. “We willen binnen de Europese aanbestedingsregels zoveel mogelijk diensten en producten bij Limburgse bedrijven in kopen. Vanwege de omvang van de aanbestedingen komen nu vaak alleen bedrijven van buiten de provincie in aanmerking. Het is zaak naar het aanbestedingsbeleid te kijken om te zien of je opdrachten zo kunt wegzetten dat ze meer kansen bieden voor het regionale bedrijfsleven. Vanzelfsprekend zonder dat dit een kleffe bedoening wordt, dus met behoud van transparantie en openheid!”

Vrehen rechtvaardigt dit beleid door te wijzen op de slechte prognoses van de onderzoekbureaus. Dit jaar krimpt de Limburgse economie naar verwachting met 0,8 procent, tegen 0,2 procent landelijk. Voor volgend jaar geeft de barometer zelfs min 3,3 procent aan. Tot 2012 verdwijnen er naar schatting 30.000 arbeidsplaatsen. “We hebben hier veel maakindustrie die conjuntuurgevoelig is. Met name in de chemie en de automotive vallen klappen. Nedcar, DSM en zelfs de solarindustrie waarvan we dachten dat de afzet tot in lengte van jaren verzekerd zou zijn, hebben werktijdverkorting aangevraagd. Dagelijks krijg ik telefoontjes van ondernemingen die toeleveren aan die grote bedrijven, dat ze dreigen failliet te gaan.”

Koersvast
Het Limburgse provinciebestuur riep daarom in november al een Taskforce Koersvast in het leven, waarin naast de provincie ook de gemeenten, bedrijven, kennisinstellingen en werknemers en werkgevers vertegenwoordigd zijn. “Zo op het oog, en ook financieel, is de invloed van de provincie op de regionale economie beperkt. Maar in de Taskforce hebben we de regierol op ons genomen en met een doordacht verhaal hebben we de andere partijen er aan gebonden waardoor de Taskforce weldegelijk impact krijgt,” aldus Vrehen die de Taskforce voorzit.

Kort door de bocht wil de Taskforce investeren in de economie, het bedrijfsleven ondersteunen, werkzoekenden aan werk of opleiding helpen en nieuwe ideeën genereren voor de economie. Geheel volgens de regels van het anticyclisch investeren halen de Limburgse overheden voor de nabije toekomst geplande investeringen in infrastructuur en onderhoud naar voren. Zo start de renovatie van het Gouvernement nog dit jaar.

Maar de Taskforce legt het zwaartepunt bij het stimuleren en ondersteunen van kansrijke en innovatieve sectoren. Centraal staat de uitvoering van de Versnellingsagenda die in 2005 werd opgesteld als antwoord op de uitdagingen van de globalisering, zegt Vrehen. “Uit analyse blijkt nu dat we daarin de juiste keuze hebben gemaakt door te focussen op waar we echt goed in zijn: life science, top klinische zorg en de voedingstuinbouw. Innovatie is de belangrijkste motor om het schip varende te houden.” Voor realisering van de Versnellingsagenda is de komende drie jaar 350 miljoen euro gereserveerd. Echter lang niet alle projecten van die agenda kunnen ‘naar voren worden gehaald’. “Als je morgen de schop in de grond wil steken, zie je dat die schop vasthangt in allerlei regels en wettelijke procedures.”

Bedrijventerreinen
Maar niet altijd hoeft de schop in de grond. Het grondbedrijf van de provincie heeft strategische percelen aangekocht en er wordt versneld geld vrijgemaakt voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bovendien ziet de Taskforce een rol in de voorfinanciering van risicokapitaal voor projecten nu banken terughoudend zijn geworden met kredietverstrekking. “Als er sprake is van een sluitende businesscase bij een project maar de financiering is moeilijk omdat er wat meer risico’s zijn dan zijn we in staat om met de Limburgse ontwikkelings- en investeringsmaatschappij (LIOF), met geld uit het innovatiefonds en het werkbudget dat we de Staat heeft meegegeven een pakket van maatregelen samen te stellen dat wel degelijk effect heeft. Bovendien zie je dat dan ook de gemeenten meedoen.”

Als het gaat om direct financiering richting bedrijven dan is Vrehen terughoudender. Bedrijven die aankloppen voor ondersteuning krijgen een interventieteam, samengesteld uit specialisten uit het publieke domein, LIOF, Syntens, de banken en oud-managers, op bezoek dat eerst middels een ‘quickscan’ de problemen in kaart brengt en daarna specialistische hulp biedt. “Dat geldt niet voor bedrijven die op omvallen staan, maar voor ondernemingen waar nog wat valt bij te sturen. Zij moeten uiteindelijk zelf orde op zaken kunnen stellen bij bijvoorbeeld hun balansmanagement of voorraadbeheer. Wij gaan niet op de stoel van de ondernemer zitten, er een paar stuivers in stoppen en afwachten waar het schip strandt. Dat is niet aan de orde.”

Financiering
Bedrijven die zich willen vestigen maar moeite hebben om de financiering rond te krijgen, kunnen ook bij de provincie aankloppen. “Als wij er echt in geloven en de businesscase klopt, dan kunnen we naast bijvoorbeeld ondersteuning uit de BSRI-pot (Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten, red.) en een participatie uit ons innovatiefonds ook nog een stukje garantstelling meegeven richting de banken om de start van dat bedrijf toch mogelijk te maken.”

Vrehen heeft ook een oplossing voor subsidiepotjes die niet meer worden aangesproken. “Het is belangrijk dat bedrijven juist nu blijven innoveren. De innovatie dreigt echter stil te vallen terwijl er nog tientallen miljoenen geoormerkt innovatiegeld klaar ligt. Voorwaarde voor die fondsen is dat er naast deze publieke middelen ook privaat wordt gefinancieerd. Door via de LIOF een innovatielening te verstrekken voldoen we aan de voorwaarde voor private co-financiering.”

Abbenhues
Ook Carry Abbenhues, in het Overijsselse college verantwoordelijk voor de economie, wil vooral innovatie stimuleren. Haar actielijst heet ‘de zes van Abbenhues’ en haar inzet is dat er zo min mogelijk mensen ‘aan de kant komen te staan’. Deze lijst van zes actiepunten zet in op behoudt van kennis, de innovatieve versterking van de toeristische sector, extra middelen voor starters en nog meer kredieten voor kennisintensieve starters, een nieuwe innovatieregeling voor bedrijven en een versnelling van een bestaand innovatieprogramma van 30 miljoen euro.

“De rol van de provincie in de regionale economie is beperkt; wij geven geen bankgaranties, maar we kunnen wel heel concrete maatregelen treffen om de economie te stimuleren. Het is belangrijk dat de maakindustrie en de bouwbedrijven blijven innoveren. Dat willen we zeker tijdens een recessie stimuleren. Daarom versterken we ook bestaande programma’s door geld naar voren te halen,” zegt Abbenhues.

“We proberen ook de verbindende schakel te zijn tussen netwerken en samenwerkingsverbanden van overheden, gemeenten, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en ondernemers om alle initiatieven die er zijn te verbinden. Daarbij staan innovatieve starters centraal. Het lopende innovatieprogramma van 30 miljoen euro dat in overleg met de betrokken partijen versneld wordt uitgevoerd, betreft onderdelen van het EZ-programma Pieken in de Delta, de ontwikkeling van het Kennispark waarin spin-off’s van de Universiteit Twente kunnen doorgroeien en bijvoorbeeld de Kennispoort rond Hogeschool Windesheim waar de vraag centraal staat: hoe versnel je dat kennis gaat werken. Kennis, kunde, kassa!”

Essent
Overijssel en Limburg hebben respectievelijk ruim 18 en ruim 16 procent van de Essent-aandelen in handen. Als de beoogde overname van Essent door het Duitse energieconcern RWE doorgaat kunnen de beide provincies dus een bijschrijving van pakweg 1,4 en 1,3 miljard euro op hun banksaldo verwachten.
Een flinke investeringspot om de crisis mee te lijf te gaan, of toch niet? Abbenhues is terughoudend: “Nu krijgen we divident uit de aandelen, dat valt weg. Bovendien houden we een netwerkbedrijf over waar in geïnvesteerd moet worden. Er staat niet zomaar een pot geld, er staan ook verplichtingen tegenover. Bovendien heeft de provincie meerjarige investeringsprogramma’s in regionale economie, infrastructuur, natuur (denk aan de ecologische hoofdstructuur) en culturele en sociale voorzieningen, dat moet gefinancierd worden.”

Ook Hreven gaat geen gekke dingen doen met de Essent-opbrengsten. Driekwart van dat geld wordt vastgezet tegen een vaste rente. “We moeten ons garantiedivident veiligstellen anders hebben we een gat in de begroting. Een kwart van het Essentgeld kan wel gekoppeld worden aan onze investeringsagenda en kan dus gebruikt worden om de aanpak die we in Koersvast beschreven hebben te versnellen.”


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp