Kunstenaars maken sit-come 'Painted Strokes' · 23 augustus 1995

Een beeldhouwer uit New York en een schilder uit Amsterdam wagen zich buiten de eigen disciplines en storten zich op de productie van een ‘situation-comedy’ met hun eigen kunstenaarsbestaan als onderwerp, en met zichzelf in de hoofdrol. Een week voordat de opnames beginnen, arriveert de Amerikaanse regisseur op de set en gooit het script dat de kunstenaars met veel bloed, zweet en tranen hebben geschreven, in de prullebak: ‘Not funny!’

Met de hete adem van de crew in de nek moet een nieuw draaiboek worden geschreven. De regisseur staat een ander programma voor ogen: een documentaire over dit productieproces. Het eindresultaat ‘Painted Strokes’ wordt uiteindelijk vlees nog vis en is toch grappig. Maar is ‘PS’ ook kunst?

De Kunst van het mislukken!

Deels gepubliceerd in de PZC.

Nadat hij een maand in New York met zijn Amerikaanse collega Carter Kustera aan het script voor ‘Painted Strokes’ had gewerkt, stapte de Amsterdamse kunstenaar Tiong Ang vorige zomer met een gerust hart op het vliegtuig naar huis. Het draaiboek voor hun gezamenlijke televisie-comedy bevatte alle karikaturen en thema’s die ze vooraf hadden bedacht. Vol vertrouwen zag hij de komst van het Amerikaanse tv-team, dat in oktober de eerste aflevering in Amsterdam zou opnemen, tegemoet.

Terwijl Ang aan deze kant van de oceaan voor de casting zorgde, legde Kustera in New York de laatste hand aan het script. De eerste verontrustende geluiden over de kwaliteit van het draaiboek sijpelden binnen via de fax. De bekende regisseur Barbara Ulrich, die gevraagd was ‘Painted Strokes’ te regisseren, had moeite met het script. Maar, zo probeerde een volgende fax Ang gerust te stellen, Ulrich en Kustera zouden het samen wel oplossen.

Wat volgde, is terug te vinden in één van de eerste scènes van ‘Painted Strokes’. De fax is vervangen door de telefoon. Ang zit met de hoorn in de hand op de bank in zijn atelier en twijfelt aan de haalbaarheid van het project. Kustera spreekt hem vanuit New York moed in. ,,How hard can it be, it looks so easy on tv’’.

Parodie
Hiermee wordt meteen duidelijk wat er mis is aan het project: de werkelijkheid zit de comedy te dicht op de huid. ‘Painted Strokes’ handelt uiteindelijk over het máken van ‘Painted Strokes’. En zo belandt de film ergens tussen reality-televisie en een parodie. Is dat kunst? Een citaat van Joseph Beuys in de film wijst de weg naar een antwoord: ‘Art is failure’.

‘The making of Painted Strokes’ zoals het hele project terecht heet, is ontstaan op initiatief van Proton ICA in Amsterdam. Deze nog jonge organisatie moedigt kunstenaars aan om in samenwerkingsverband nieuwe paden te verkennen.
Ang en Kustera kenden elkaar al voordat Proton’s vliegende keep Ranti Tjan een vruchtbare samenwerking tussen de twee tegenpolen voor ogen zag.

Ang herinnert zich zijn eerste ontmoeting met de Amerikaan in Frankfurt, waar beiden werk toonden op de Prospect ‘93. ,,Hij had in een paars geschilderd kapelletje een installatie met foto’s over het katholicisme. Ik vond het een rare installatie. Maar als persoon sprak hij me aan. We hadden daar leuke gesprekken en we besloten contact te houden. Misschien kon hij iets voor mij betekenen in New York en ik voor hem in Amsterdam.‘Je moet je meer internationaal oriënteren,’ zei hij. ‘Koop om te beginnen maar eens een fax-apparaat.’ Dat heb ik gedaan en we bleven een jaar lang materiaal over en weer faxen zonder idee dat we samen iets moesten gaan doen. Ondertussen had Ranti Tjan me al eens gevraagd iets voor Proton te doen, maar ik wist niet goed hoe en wat.’’

Tjan ontmoette Kustera in Venetië en koppelde hem in gedachten aan Ang. Na een nieuwe ontmoeting in Rotterdam stemden beiden geïntrigeerd toe. In november vorig jaar kwam de New Yorker over om hun gezamenlijk project te bespreken. Volgens Ang had geen van beiden ook maar een flauw idee hoe dat er uit zou moeten zien.

,,Ik had zo iets van: ‘We vinden elkaar wel grappig, maar ons werk bij elkaar..dat zie ik niet zo.’ Hij had precies dezelfde gedachte. Het was dus zaak om onze andere interesses na te gaan. Ik vertelde hem van mijn visioen waarin ik een tentoonstelling maakte die er uit zag als een filmset. Dat zat al langer in mijn hoofd, maar ik was er altijd een beetje angstig voor. Waar moet je het geld vandaan halen..de andere mensen. Carter vertelde dat hij al een tijdje bezig was met een ‘stand-up-act’ en hij deed een paar grappen die erg komisch waren. Binnen een paar minuten hadden we dat bij elkaar gebracht en ging het van klik-klik-klik: ‘we maken onze eigen sit-com’. Een comedy over ons eigen leven en de filmset wordt een tentoonstelling.’’

Elitair
Het bleek dat beiden de behoefte voelden om iets te laten zien van hun eigen bestaan; een relativerende blik achter de schermen van het elitaire kunstbedrijf. ‘’Een sit-com gaat over normale mensen, en wij zijn ook normale mensen. Maar toevallig zitten we in een sector waar heel verheven over wordt gedaan. Maar de ‘poeha’ komt vooral van de mensen er omheen. Kunstenaars zijn meestal heel erg praktisch.’’

Het project kreeg halverwege de naam ‘The Making Of Painted Strokes.’ Kustera, die vooral belang hechtte aan het eindprodukt (de sit-com) kwam met de titel ‘Painted Strokes’. Ang zag het allemaal in een wat breder perspectief. De set die de door Proton was gehuisvest in het theater de Veemvloer, zou worden tentoongesteld als installatie. De kunstenaars hadden een deprimerende snackbar en een moderne galerie nagebouwd en het atelier van Ang als archetype gereconstrueerd.

De repetities en de opnames waren eigenlijk performances. De gezamenlijk duik in het onbekende diepe een proces dat creatieve energie moest losmaken. Het werd dus ‘The Making Of Painted Strokes’. Painted strokes betekent geschilderde streken; mooi meegenomen was dat ‘strokes’ dezelfde dubbele betekenis kent als het Nederlandse ‘streken’. En tenslotte begint alle kunst met een verfstreek.

Dat geldt zeker ook voor het werk van de schilder Tiong Ang. Hij verwierf internationale bekendheid met zijn veelal door een vouw in tweeën gedeelde schilderijen waardoor ze zich voordoen als een opengeslagen boek. De dikke sponning waarop het doek is gezet versterkt de indruk dat het schilderij een driedimensionaal werk is. Doordat Ang de afbeeldingen met strakgespannen voile versluiert, wordt de kijker gedwongen het doek recht van voren te bekijken en verdwijnt de materiaalindruk van de verf.

Verblinding
De bekendste serie toont portretten van mensen die een vorm van verblinding ondergaan. Op het doek met de klassieke titel ‘portret van een jongeman’ een beeld uit een militaire film over de gevolgen van de bom op Hiroshima. De man ondergaat een oogoperatie. Het doek ‘portret van een jongen’ toont een overleden jongetje waarvan iemand met de duim een ooglid optilt. Toch geven de schilderijen geen verontrustend beeld.

,,Het oog is natuurlijk symbool voor ‘zien’. Zien in de betekenis van perceptie, opvatting van de wereld om je heen. Zien wordt verblind door de overdaad van beelden waar we mee bestookt worden door de media en de commercie. Als je je ogen ergens op een goede manier voor kunt sluiten (blind maken, als het ware) dan kun je de waarheid zien. De plaatjes zijn eigenlijk heel anti-schilderkunstig opgezet. Door het voile zie je niet dat ze geschilderd zijn; het ontneemt zicht op de materie en verwijst zo naar het onstoffelijke van de schilderkunst.”

“De doeken zijn een soort neerslag van een projectie. Eigenlijk is mijn referentie naar de schilderkunst een schijnbeweging. Eerst hing ik mijn doeken nog autonoom en klassiek aan de muur. Maar het zijn van die fysieke dingen. Met die curve en de voile zijn ze bijna erotisch. Ik wilde ze op een andere manier laten zien. In galerie Van Rooy legde ik een aantal doeken op de grond op of op schragen, alsof ze nog niet klaar waren. Ik heb de tentoonstellingsruimte verduisterd. Ook al vanwege de sluier moest je daardoor veel moeite doen om de beelden te kunnen zien. ‘Bring your own light’ heb ik dat genoemd. Laat je eigen licht op de realiteit schijnen.”

“Bij een expositie in het Van Abbemuseum stond er ook een tv-toestel met het scherm naar de muur. MTV was op die manier alleen te zien als flikkerende reflectie op de wand. Het thema was de overdaad aan beelden die we via de tv tot ons komen. Een jaar later, bij Lumen Travo, stond een tv-toestel in een zwarte zuil van voile midden in de ruimte. Het toestel stond afgestemd op niks, ruis. Dat ‘niks’ wilde ik gebruiken om te laten zien hoe er over beelden kan worden gedacht. Het verdwijnen van alle beelden. Een samenvatting van alle beelden laat niets meer zien. Dat stuitte op weerstand; mensen willen niet accepteren dat er niets te zien is. ‘Wanneer begint dat bandje nou?’ Dat was in mei van dit jaar en ik was al volop bezig met de voorbereiding van ‘Painted Strokes’ en ik dacht : ‘wacht maar af, dat beeld vul ik zelf wel in.’ Het was eigenlijk een soort opmaat. Voile komt uit de wereld van het theater; het staat voor de illusie. Alles is een illusie. Ergo: het leven is theater. Televisie is de moderne variatie van theater.’’

Bekentenis
Painted Strokes opent met een bekentenis van de beide hoofdrolspelers. Ang en Kustera zijn neergezet aan een tafeltje in de snackbar. De overbelichting en het knallend groen en blauw dat het gevolg is van een verkeerde kleurinstelling van de camera suggereren een ‘off-the record shot’. Mooi niet. Iedereen kan meekijken. Kustera:’‘We thought it would be pretty easy..’’ Ang:’’..we plunged ourselves in it in complete naïvety..’

Het relaas van de Amsterdammer klinkt inderdaad tamelijk naief. “We waren het snel eens over de inhoud van PS. We hadden nogal wat gemeenschappelijk. Allebei 33 jaar oud, een redelijke staat van dienst. Echte ‘mid-carreers’ zoals Carter het noemde. We kenden allebei vragen over ons eigen werk en we zijn allebei heel erg ambitieus. Mede door die ambities was kort daarvoor mijn relatie op de klippen gelopen”

“Carter zat in een grote crisis, hij had een auto-ongeluk gehad en was eigenlijk een beetje de draad kwijt. Er gebeurde plotseling zo veel dingen in ons leven en dat wilden we in ons werk stoppen. Laat maar eens zien wat er achter de schermen gebeurd, zet de deuren maar wagenwijd open. In eerste instantie faxten we de ideeën voor de scènes heen en weer, maar dat liep niet zo. Uiteindelijk ben ik een maand naar New York gegaan.”

“We zijn op bezoek geweest in een studio van CBS. Alles was verf en bordkarton. Wat opviel was dat er vooral veel lampen stonden. Verder liepen er een heleboel mensen rond die ogenschijnlijk niets om handen hadden. Die moeten we ook hebben, dacht ik toen. Het ging mij toch vooral om de tentoonstelling van een filmset, de installatie met de opnames als performance. Carter was vooral gefixeerd op de tape.”

“Het script schreven we met het boek ‘Screenplay, the foundations of screenwriting – step by step guide.’ in de hand. Uiteindelijk hadden we een draaiboek volgens de regeltjes, we hadden alle thema’s en karikaturen er in gestopt. De snobs, de jonge talenten de dronkelappen, noem maar op. We zaten te springen van enthousiasme. Het enige wat me dwars zat toen ik uit New York vertrok was dat ik nog steeds geen kennis had gemaakt met de televisieploeg die de opnames zou draaien. Ze waren de hele maand op locatie geweest. Carter had me verteld dat ze vreselijk professioneel waren. Maar wat kon er gebeuren; we hadden een geweldig script.’’

The End
In de laatste scene voordat ;The End’ in beeld komt, zit het tweetal weer in de snackbar. Ang heeft voor beiden een frietje gehaald. Kustera meldt dat hij goed en slecht nieuws heeft. Het goede nieuws is dat de ‘crew’ het hotel waardeert. ,,The bad news is that the director threw out the script.’’

Ook hier wijkt PS niet ver af van de werkelijkheid. In het echt had regisseur Barbara Ulrich haar oordeel al klaar toen ze op Schiphol uit het vliegtuig stapte dat haar vanuit New York naar Amsterdam had gebracht.

Ang was verbouwereerd. “Ze stapte zo uit het vliegtuig op me af, gaf me twee zoenen terwijl ze me nog nooit ontmoet had en zei: ‘the script is bad’. Dat had ik totaal niet verwacht. Weliswaar had Carter in een eerder stadium laten weten dat onder andere Barbara moeite had met het script, maar hij had me verzekerd dat ze het samen aan zouden passen. In zijn laatste fax liet hij me nog weten dat alles klaar was en dat het heel goed geworden was. Achteraf bleek dat Barbara nauwelijks betrokken was geweest bij het herschrijven.”

Volgens Barbara had het script geen dramatische structuur, geen timing, slechte dialogen en was het niet grappig. We hadden nog een week om een heel nieuw script te schrijven. Het werd een soort therapie. Urenlange gesprekken moesten ons duidelijke maken wat nou de werkelijke motieven waren die ons tot PS hadden gebracht. Dat moest namelijk de inhoud worden van de film. We moesten onze ziel en zaligheid op tafel krijgen. Dat kon volgens haar een anekdote worden, mits goed vertelt. ‘’Jullie hebben zestig pagina’s dialoog geschreven’’, zei ze, ‘’Terwijl jullie helemaal niet weten wat een dialoog is.’’

“Urenlang uitwijden over kunst, dat kan niet voor tv, televisie is een kwestie van condenseren. We moesten van haar één vraag vinden, de essentie van het project. Op die manier werd het meer een documentaire over het maken en het ontstaan van PS. Toen de eerste opnamedag aanbrak waren we halverwege met een nieuw script. Rond zes uur stopten we met de opnames. Barbara, Carter en ik schreven dan weer de hele avond aan het draaiboek voor de opnames van de volgende dag.’’

Broadway
De eerste aflevering van Painted Strokes (het tweede deel wordt deze zomer opgenomen in de ‘Thread Waxing Space’ op Broadway in New York) bevat nog maar twee scènes die in het oorspronkelijke script voorkwamen: de opening van de tentoonstelling van Pépé en het feestje na de opening in het atelier van Tiong Ang.

De andere scènes komen uit de koker van Barbara Ulrich en gaan dus over de produktie van PS. In de allereerste scene wordt teruggekeken op de produktie en in de laatste wordt vooruit geblikt: PS als een hond die in zijn eigen staart bijt.
Painted Strokes bestaat uit een aantal scènes met weinig samenhang. Er is nauwelijks een verhaal en het is helemaal geen sit-com. En toch is PS leuk. Het stuntelige acteren, de hilarische performances van de vier kunstenaars tijdens de feest-scene, het gelach uit blik dat consequent op de verkeerde momenten opklinkt, maar vooral door de spiegel die het de kunst en de kunstenaars voorhoudt. Ondanks (of misschien wel dankzij) dat PS heel anders geworden is dan de opzet was, is Ang uitermate tevreden over ‘The Making Of Painted Strokes’.

“Achteraf denk ik dat we misschien meer vast hadden moeten houden aan het oorspronkelijke script. Aan de andere kant vonden Ivo en Pepe het vreselijk leuk dat we het script weggooiden. Nu konden ze hun rol veel meer zelf invullen.”
Naast beeldend kunstenaar Pépé Smit is ook musicus Ivo Jansen op de Haar als zichzelf te bewonderen in PS. De enige professionele actrice in de sit-com is de Amerikaanse Kaethe Cherney die het esthablisement vertegenwoordigt in haar rol als kunstmakelaar.

,,Neem nou de performance van Ivo. Tot op de laatste dag wist hij niet wat hij zou gaan doen. We maakten ons allemaal ongerust. Tenslotte moest het in één take worden opgenomen en het is vreselijk leuk geworden. Het hele project heeft bij iedereen veel creatieve energie losgemaakt en ik ben zeer tevreden over de tentoonstelling van de set. Een sit-com maken was voor ons allemaal nieuw. Dat het niet zo wordt als we hadden gedacht..des te beter. Alles wat is aangeraakt, het ontrafelen van onze motieven..je maakt zo een landkaart van je bestaan als kunstenaar. De videoband is uiteindelijk maar een residu van dit hele proces.’’

Maar is PS nou kunst?
Om te beginnen hebben de twee onervaren stuurlui de nodige reddingslijntjes uitgeworpen vanuit hun zwalkend scheepje. De scènes worden steeds vooraf gegaan door citaten van grote kunstenaars. Na uitspraken als ‘Art is what an Artist does’ van Bruce Nauman en het eerder genoemde ‘Art is failure’ van Beuys, kun je je als kunstenaar natuurlijk wel wat dwalingen veroorloven.
Volgens Ang is PS in ieder geval uniek. ,,We hebben iets gemaakt wat op niets lijkt. Als het een kunstenaarsvideo is dan is hij in ieder geval heel anders dan alle andere.’’

Na ‘The End’ volgt nog een soort epiloog waarin Barbara Ulrich de twee kunstenaars met strenge stem om verantwoording vraagt. Het tweetal geeft toe dat het maken van een echte sit-com te hoog gegrepen was. ‘’Is it art?’’ wordt gevolgd door een wedervraag ‘’What is art?’’ ‘Art is an investigation..we justified the project by making it.’’


* * *

Naam
E-mail
http://
Bericht
  Textile hulp